Woningwet
Artikel 40 Ww bepaalt dat het verboden is te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders. Voor het beoordelen of een woonschip onder het regime van de Woningwet valt, gelden de volgende criteria: constructie, wijze van verankering en het plaatsgebonden karakter. Indien een vaartuig direct of indirect is verbonden met de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren gedurende enige tijd, dan is ingevolge rechtspraak sprake van een bouwwerk dat valt onder de werking van de Woningwet. In dergelijke gevallen geldt er een bouwvergunningplicht en een welstandstoets conform de Woningwet. Dit geldt echter alleen voor woonboten en heeft geen betrekking op de historische woonschepen die in deze nota bedoeld worden. Woonschepen die eenvoudig liggen afgemeerd en direct kunnen vertrekken vallen niet onder het regime van de Woningwet. Voor het afmeren van deze woonschepen hoeft daarom geen bouwvergunning aangevraagd te worden.
Huisvestingswet
Sinds het vervallen van de Wet op de Woonschepen en Woonwagens in 1999 is de Huisvestingswet van toepassing op woonschepen. Door alle woonvormen onder de Huisvestingswet te plaatsen worden woonschepen gelijk gesteld aan woningen op het land. In de Huisvestingswet is een woonschip gedefinieerd als een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning. Een ligplaats wordt omschreven als een plaats in het water bestemd of aangewezen om door een woonschip bij verblijf te worden ingenomen. Op grond van de Huisvestingswet kunnen gemeenten een huisvestingsverordening opstellen. Deze verordening heeft tot doel een rechtvaardige en evenwichtige verdeling van de woonruimte te bewerkstelligen. De gemeente Purmerend heeft een huisvestingsverordening opgesteld, maar deze is niet van toepassing op woonschepen.
Wet geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een woning. De normen van de Wgh gelden voor zgn. geluidsgevoelige objecten. Op woonschepen is de Wgh formeel niet van toepassing. Jurisprudentie geeft echter aan dat het in de rede ligt om de normen van de Wgh zoveel mogelijk van overeenkomende toepassing te verklaren. Zo worden woonschepen veelal als geluidsgevoelige bestemmingen aangemerkt als het woonschip voor bewoning is bestemd en feitelijk permanent bewoond wordt. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient in dergelijke gevallen rekening te worden gehouden met de geluidsnormen van de Wgh.
Lozingenbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) huishoudelijk afvalwater
Het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater uit 1997 bepaalt dat varende woonschepen na het jaar 2005 geen afvalwater meer mogen lozen op het oppervlaktewater.
De schepen moeten kunnen aankoppelen op de riolering of er moet een voorziening zijn getroffen aan boord, zoals een zogeheten Installatie voor Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). Doel van deze verplichte voorziening is de zuivering van het oppervlaktewater.
Conclusie
Bij de opstelling van het gemeentelijk woonschepenbeleid dient voor wat betreft de regelgeving van het Rijk alleen het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater in acht te worden genomen.