Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

In en nabij het water

Onderdeel van Nota historische woonschepen Purmerend 2009

De aanwezigheid van historische woonschepen heeft invloed op de belevingswaarde van de directe omgeving. Die omgeving bepaalt omgekeerd de mogelijkheden van de woonschepen om aan te meren en aan welke voorwaarden en regels de eigenaren en/of bewoners gehouden zijn. In het algemeen kan worden gesteld dat woonschepen qua schaal en maatvoering moeten passen in de omgeving. Die omgeving is het water en de oever/kade/talud. De locatie van de ligplaatsen in de Purmerringvaart kenmerkt zich door een gemengd stedelijke en landschappelijke structuur. De relatie met de Purmerringvaart is kwetsbaar omdat de woonschepen hun ligplaats hebben in een deels landschappelijke omgeving en de ligplaatsen aan de Purmerdijk grenzen. De Purmerdijk heeft een belangrijke waterkerende functie voor het veel lager gelegen gebied in de Purmer en is in eigendom en beheer bij het Hoogheemraadschap. Op de locatie in de Where liggen de historische woonschepen aan de walkant van de waterloop, een onderdeel van een zuiver stedelijke structuur. Het water is deels eigendom van de gemeente en deels eigendom van het Hoogheemraadschap. De kade is in zijn geheel in eigendom bij de gemeente. Ook de Wheredijk is een waterkering, hiervoor gelden eveneens de verbodsbepalingen van de keur. De historische woonschepen op beide locaties vormen een karakteristieke woonvorm die zich goed lijkt te verhouden tot de omgeving waarin de schepen zijn gelegen. Wel moet worden geconstateerd dat een intensief gebruik van de oever niet gewenst is, net zo min als wandvorming van historische woonschepen. Daar staat tegenover dat een zorgvuldige inpassing van de historische woonschepen de belevingswaarde van de openbare ruimte ter plaatse kan versterken. Omgeving en bestaande situering van de woonschepen zijn hierbij bepalend. Het gebruik van het water Een zorgvuldige inpassing op het water kan met name bereikt worden door het stellen van regels ten aanzien van de afmetingen van woonschepen en de afstanden tussen schepen onderling en ten aanzien van bruggen, oevers en kades. Naast dit ruimtelijke argument om transparantie te behouden dan wel te vergroten is het wenselijk om vanuit het oogpunt van de brandveiligheid een minimum aan de tussenruimten te stellen. De brandweer geeft aan dat een maat van vijf meter wenselijk is. Bij deze maat zijn geen aanvullende brandwerende maatregelen nodig. Controle en handhaving zijn daardoor eenvoudig. Een maat van drie meter is alleen toegestaan, indien het gaat om stalen schepen en er zich geen gasflessen aan boord bevinden. Afstanden De afstand van een schip tot de kade/oever/talud bedraagt niet meer dan één meter. De afstand van een schip tot een brug bedraagt minimaal zes meter. De onderlinge afstand tussen de brandbare delen van twee naast elkaar liggende schepen is minimaal vijf meter. Indien het stalen schepen betreft mag drie meter worden aangehouden. Voorwaarde hierbij is dan wel dat er zich geen gasflessen aan boord van beide schepen bevinden. Vlotten, terrassen en balkons Het is niet toegestaan om vlotten, terrassen en/of balkons permanent af te meren bij of te bevestigen aan een historisch woonschip. Alleen ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden is een afmeren van een zogenaamd werkvlot toegestaan. Per locatie is maximaal één werkvlot voor gezamenlijk gebruik toegestaan, met een maximale afmeertermijn van 4 maanden. Te allen tijde dient een doorvaartbreedte van minimaal 6 meter open gehouden te worden. Wanneer het vlot niet in gebruik is dient het tussen twee schepen in gelegd te worden. Voor deze vlotten dient éénmalig een keurontheffing te worden aangevraagd. de afmetingen van het werkvlot mogen maximaal vier bij anderhalve meter bedragen. Het gebruik van de oever en kade Het aanzien van de oever en kade is mede beeldbepalend voor de openbare ruimte. Daarnaast is bij de Purmerdijk sprake van een dijk met een belangrijke waterkerende functie voor de achterliggende polder De Purmer. Omdat een dijk onderhouden moet worden en er soms ondergrondse infrastructuur aanwezig is, is het gebruik van de waterkering voor aanleg van tuinen, de bouw van schuurtjes, schuttingen en de plaatsing van opstallen, behoudens enkele noodzakelijke voorzieningen, op beide locaties niet toegestaan. Losstaand, makkelijk verplaatsbaar tuinmeubilair is wel toegestaan, evenals losse bloempotten e.d. Meer permanente bebouwing of moeilijk verplaatsbare voorwerpen zijn daarentegen uitgesloten. In de erfpachtovereenkomst die met ieder van de bewoners aan de Purmerdijk zal worden gesloten zal dit als voorwaarde worden opgenomen. Gebruik van de oever/kade/talud Op of in de oever/kade/talud mogen geen tuinen worden aangelegd of schuttingen, schuurtjes en andere bouwwerken worden gebouwd. Een kleine en doelmatige toegangsvoorziening die los op het schip wordt geplaatst en die op de dijk of oever met maximaal één bok wordt ondersteund is toegestaan. Een eenvoudige, niet-overdekte voorziening ten behoeve van het parkeren van (de) fiets(en) is toegestaan, bestaande uit maximaal twee palen met één verbindingsgording en gesitueerd minimaal één meter uit de bestaande wegverharding. De keur van het Hoogheemraadschap wordt gerespecteerd en in acht genomen. Dit betekent dat alle werken in en langs het water, op en langs de waterkering niet mogen worden uitgevoerd tenzij hieraf vooraf keurontheffing is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel