Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Heffingsmaatstaven

Onderdeel van VERORDENING HAVEN- EN KADEGELD 2022

1. Het havengeld wordt geheven: naar het laadvermogen van het binnenschip, uitgedrukt in tonnen; naar het aantal te laden of te lossen containers; voor een pleziervaartuig, naar het aantal m2 of het aantal steigereenheden dat door het vaartuig in gebruik wordt genomen. voor vaartuigen die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf in onderhoud of aanbouw zijn dan wel verbouwd worden, naar het aantal steigereenheden dat door de vaartuigen in gebruik wordt genomen. Indien meerdere schepen in onderhoud of aanbouw zijn dan wel verbouwd worden, wordt per beschikbare steigereenheid steeds uitgegaan van een bezettingstermijn van acht maanden per jaar. Indien aantoonbaar is dat de beschikbare steigereenheden minder of meer dan acht maanden per jaar in gebruik zijn genomen, kan achteraf verrekening plaatsvinden. 2. Bij gemis van een meetbrief kan het laadvermogen dan wel de lengte door of namens het college ambtshalve worden bepaald. 3. De bedrijven gelegen aan, dan wel voor aan- en afvoer van goederen gebruik makend van, de haven in Waspik zijn gehouden om maandelijks, uiterlijk op de eerste vrijdag van de volgende maand, opgave te doen van: a. het aantal schepen dat zij hebben ontvangen; b. de datum en het tijdstip waarop zij de schepen hebben ontvangen; c. de namen en indien mogelijk de Europanummers van de betreffende schepen.

Rechtspraak bij dit artikel