Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de tegemoetkoming in een Voorschoolse educatie (VE)- of peuterplaats, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De houder registreert de aanwezigheid van de kinderen in een aanwezigheidsregistratiesysteem.
De houder registreert het recht op gemeentelijke tegemoetkoming met onderbouwing van de daarvoor benodigde stukken en houdt een deugdelijke administratie bij.
De houder beschikt over onderliggende gegevens en stelt deze op verzoek van het college beschikbaar:
De ondertekende plaatsingsovereenkomst tussen de houder en de ouder(s)/verzorger(s), waarin in ieder geval wordt aangegeven: de naam en het adres van de locatie, het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang;
Indien van toepassing: de naam van de (ex-)partner en, indien deze op een ander adres woont dan het adres van de ouder/verzorger, het adres van de (ex-) partner
Naam en geboortedatum van het kind of de kinderen;
De inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s), afkomstig van een actuele inkomensverklaring of kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar;
Gegevens waaruit blijkt dat de Tarieventabel correct is toegepast;
Gegevens waaruit blijkt dat de ouder(s)/ verzorger(s) geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag;
Bewijs van de indicatiestelling voor voorschoolse educatie;
Het ingevulde declaratieformulier voor het aanvragen van de vergoeding;
In aanvulling op het vorige lid kan het college overige gegevens opvragen, indien dat noodzakelijk is voor het beoordelen van de declaratie.
Artikel 8.
Voorwaarden tegemoetkoming VE-en peuterplaatsen
Onderdeel van Verordening voorschoolse educatie, peuterplaatsen en kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2022