Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 26

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad en raadscommissies van Purmerend 2022

Na de opening van de commissievergadering kunnen burgers kort het woord voeren over en bij onderwerpen die die ter advisering of ter meningsvorming op de agenda van de commissievergadering staan. Degene die van dit spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 16.00 uur op de dag van de vergadering bij de commissiegriffier o.v.v. zijn of haar naam, mailadres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij of zij het woord wenst te voeren. Het woord kan niet gevoerd worden over: benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; een onderwerp waarvoor een separate inspraakavond is georganiseerd. De commissievoorzitter geeft het woord bij het betreffende agendapunt op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De commissievoorzitter kan onder opgave van redenen deelname aan het spreekrecht uitsluiten, dan wel verwijzen naar andere inspraakmogelijkheden. De spreekduur wordt in overleg met de commissievoorzitter bepaald. Een burger voert het woord nadat de commissievoorzitter hem dit heeft gegeven. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan de insprekers een korte, verhelderende, vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel