De regeling wordt tussentijds opgeheven voor beschermd wonen en/of aanverwante taken, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden.
De regeling kan niet tussentijds worden opgeheven voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg, aangezien de gemeente ’s-Hertogenbosch tot en met 2025 is aangewezen als centrumgemeente door het Rijk.
Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2026, regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan.
De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten.
Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten.
Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel.
Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 7
Artikel 28