In aanvulling op artikel 2.3.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in verband met beschermd wonen en opvang, anders dan in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, als:
de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht staande te houden in de samenleving en,
er sprake is van een vermoeden van beperkte zelfredzaamheid als gevolg van een verslavings-, psychisch of psychosociaal probleem, dan wel een combinatie van deze problemen;
is voldaan aan de voorwaarden in de convenanten landelijke toegankelijkheid Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen.
Het college verbindt aan de opvang voorwaarden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op:
de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte;
de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan;
het door de cliënt houden aan de leef- en gedragsregels binnen de opvang.
Het college kan beleidsregels maken over de manier en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van beschermd wonen en opvang.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.3
Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022