Naar hoofdinhoud
Indien de openbare orde verstoring van ernstige aard is of herhaaldelijk en voor het merendeel individueel heeft plaatsgevonden kan een gebiedsverbod worden opgelegd. Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich niet (al dan niet gedurende bepaalde tijdstippen) te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven. Indien sprake is van een integrale persoonsgerichte aanpak (PGA), wordt een gebiedsverbod alleen opgelegd indien dit niet in de weg staat aan de aangeboden hulpverlening en de integrale persoonsgerichte aanpak. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden en kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden, of; Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging. Een overlastgever kan een gebiedsverbod krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees oproept dat die persoon de openbare orde zal verstoren. Een burgemeester kan een andere burgemeester verzoeken een gebiedsverbod tevens namens hem/haar op te leggen indien de vrees bij hem bestaat dat die persoon ook in de andere gemeente de openbare orde zal verstoren. Dit verzoek bevat een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. De burgemeester zendt een afschrift van het gebiedsverbod dat hij namens een andere burgemeester heeft gegeven, aan die burgemeester. De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of worden verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. De maatregel kan ten gunste van de betrokkene worden gewijzigd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.

Rechtspraak bij dit artikel