Naar hoofdinhoud

Titel 1.

Artikel 2.

Programmabegroting

Onderdeel van Financiële verordening 2004

1.. 1. De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast. 2.. De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten (outcome), wat willen we bereiken? de te leveren goederen en diensten (output), wat gaan we daarvoor doen? de baten en lasten (input), wat mag het kosten? 3.. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 4.. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast. 5.. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 6.. Het college biedt de begroting jaarlijks voor 1 oktober aan de raad aan. 7.. Een budgettaire afwijking is slechts toegestaan wanneer binnen het programma dekking bestaat en de uitvoering van de afgesproken activiteiten binnen het programma is gewaarborgd. 8.. Het college informeert de raad bij de eerstvolgende begroting of tussentijdse rapportage wanneer dreigt dat een budget wordt overschreden of dat beoogde doelstellingen niet worden gerealiseerd. 9.. Het college legt de raad een begrotingswijziging met een dekkingsvoorstel voor:a. spoedeisende gevallen;b. uiterlijk 1 december wanneer de realisering van de begroting daartoe aanleiding geeft (slotwijziging).

Rechtspraak bij dit artikel