De riolering van onze gemeente functioneert over het algemeen goed op basis van de ontwerpuitgangspunten. Uit de BRP’n blijkt dat er een beperkt aantal knelpunten aanwezig is. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Als er een bui valt die zwaarder is dan onze ‘toetsbui’ (een bui die volgens statistische gegevens eens in de twee jaar valt), dan blijft er op deze knelpunten water op straat staan. Deze worden gemonitoord en geanalyseerd. Indien nodig worden maatregelen in plannen voor verbetering opgenomen.
Het klimaat verandert, de kans op hevigere buien en wateroverlast neemt toe. Uit de Verdiepingsslag stresstest volgt dat de hoofdswegenstructuur op verschillende locaties kwetsbaar is voor een bui die eens in de 100 jaar voorkomt. Ze wordt dan tijdelijk onbegaanbaar voorhulpdiensten door een waterdiepte van 30 cm of meer. Een aantal woonstraten worden al onbegaanbaar bij een bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt (zie rapportage Verdiepingsslag stresstest). Ook kan water in woningen komen te staan.
Ook in onze gemeente komen foutaansluitingen voor. Dat zijn aansluitingen van vuilwater op hemelwaterriolering en van hemelwater op vuilwaterriolering (zoals bijvoorbeeld drukriolering). Controle op foutaansluitingen maakt structureel onderdeel uit van de onderhoudswerkzaamheden aan de riolering. De perceeleigenaren worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden waardoor de foutaansluitingen worden opgeheven.
Afkoppelen
Om wateroverlast te voorkomen dient de riolering over voldoende afvoercapaciteit te beschikken. De ondergrondse maatregelen voortkomend uit het BRP zijn uitgevoerd. Daarnaast heeft de gemeente in de afgelopen planperiode ingezet op het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering (veelal bovengronds). De gemeente vindt het verder (bovengronds) afkoppelen van het verhard oppervlak een goede manier voor het behouden van voldoende afvoercapaciteit. De komende periode wil de gemeente hier dan ook verder op in zetten. Ook het verlagen van plantsoenen voor extra berging kan helpen, het regenwater wordt dan minder afgevoerd via de riolering.
Het afkoppelen is hierbij echter geen doel op zich. De gemeente beschouwt hierbij afkoppelen alleen doelmatig als het bijdraagt aan het:
Voorkomen van milieu-hygiënische en/of volksgezondheidsgevaren (uittreden van vuilwater);
Voorkomen van wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag (onvoldoende afvoer van hemelwater);
Verminderen van vuilemissies (water over de overstort, voldoen aan KRW-doelstelling);
Verder klimaatbestendig maken van de gemeente;
De kosten in verhouding staan tot hetgeen het oplevert.
Dit betekent dat daar waar riolering vervangen moet worden, of overige werkzaamheden in de openbare ruimte worden uitgevoerd, nader bepaald wordt of afkoppelen van verhard oppervlak van de (gemengde riolering) wenselijk en mogelijk is. Ook het vervangen van verharding door groen is een goede maatregel (ook goed voor biodiversiteit en tegen hottestress).
Hierbij wordt verder gekeken dan de projectgrenzen. Dit betekent dat ook afkoppelmaatregelen, die een positief effect hebben op de eerder genoemde punten, buiten de projectgrenzen in ogenschouw worden genomen. Hiervoor is inzicht nodig in het hydraulische en milieutechnisch functioneren van de riolering, maar is daarnaast inzicht in de oppervlakkige afstroming ook een wezenlijk facet. Dit sluit aan bij de uitgevoerde verdieping van de stresstest. De wijze van afkoppelen wordt afgestemd op de boven- en ondergrondse mogelijkheden.
Eigenaren van woningen die voor 2002 zijn gebouwd, die niet in het buitengebied staat en die minsteren 30 m2 afkoppelen, kunnen subsidie krijgen voor het afkoppelen van hemelwater. In een adviesgesprek bekijken we dan wat er mogelijk is. Op de website van de gemeente is dit aangegeven.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.2
Werking
Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026