Op grond van artikel 7, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
Voor restafval van huishoudens: een namens de inzameldienst verstrekte minicontainer voor de gebruiker van één perceel of een (ondergrondse) verzamelcontainer voor gebruikers van percelen waar het redelijkerwijs niet mogelijk is om op of nabij het perceel een minicontainer te plaatsen;
Voor bio-afval van huishoudens: een namens de inzameldienst verstrekte minicontainer voor de gebruiker van één perceel of een verzamelcontainer voor gebruikers van percelen waar het redelijkerwijs niet mogelijk is om op of nabij het perceel een minicontainer te plaatsen;
Voor oud papier en karton: een namens de inzameldienst verstrekte minicontainer of een (ondergrondse) verzamelcontainer voor gebruikers van percelen waar het redelijkerwijs niet mogelijk is om op of nabij het perceel een minicontainer te plaatsen;
Voor flessenglas: een brengvoorziening glas op wijkniveau;
Voor textiel: een brengvoorziening textiel op wijkniveau;
Voor PMD van huishoudens: een namens de inzameldienst verstrekte minicontainer of een (ondergrondse) verzamelcontainer voor gebruikers van percelen waar het redelijkerwijs niet mogelijk is om op of nabij het perceel een minicontainer te plaatsen;
Voor klein chemisch afval van huishoudens: een brengvoorziening in de vorm van de chemokar. Daarnaast kan klein chemisch afval worden aangeboden aan detaillisten, die daartoe over speciale opslagvoorzieningen beschikken of bij het KCA-depot op het milieubrengstation van de inzameldienst;
Voor de in de verordening in artikel 7, tweede lid, onder g t/m z genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen en de in dit artikel van het Uitvoeringsbesluit genoemde categorieën c t/m g: het ROVA milieubrengstation Zwolle of Raalte.
Artikel 5.
Aanwijzing inzamelmiddelen en -voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2022