Naar hoofdinhoud
De volgende kosten – door de rijksoverheid bepaald- kunnen voor de eenmalige subsidie in aanmerking komen: verschuldigde loonkosten van werknemers en arbeidskrachten; verschuldigd vakantiegeld, verschuldigde pensioenafdrachten en sociale zekerheidslasten, in verband met de loonkosten, bedoeld onder a; in geval van externe inhuur, de kosten van werving, selectie, administratie en aansturing van werknemers en arbeidskrachten; materiële kosten die de controle van het CTB en identiteitsdocument faciliteren; verschuldigde BTW, voor zover verschuldigd over de kosten bedoeld onder a tot en met d. De volgende kosten – door de rijksoverheid bepaald– komen niet voor vergoeding in aanmerking: kosten voor verplichtingen die zijn aangegaan vóór 22 september 2021; kosten voor activiteiten waarvoor reeds een specifieke uitkering of een andere financiële bijdrage door het Rijk is verstrekt; kosten van activiteiten waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.

Rechtspraak bij dit artikel