Naar hoofdinhoud
In de Algemene plaatselijke verordening Zandvoort (hierna APV) is artikel 2:78 opgenomen. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod op te leggen om zich te bevinden op de in het verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de gedragingen/handelingen plaatsvonden. Dit verbod wordt opgelegd, in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen en de gezondheid of de zedelijkheid. Dit verbod staan bekend onder de naam “verblijfsontzeggingen”. In deze beleidsregel is aangegeven hoe de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik maakt. Onderscheid wordt gemaakt tussen 24-uurs verblijfsontzeggingen en langere verblijfsontzeggingen tot maximaal 12 weken. Bij het opleggen van een langere verblijfsontzeggingen wordt onderscheid gemaakt tussen drie in zwaarte oplopende, categorieën van feiten waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd. Het betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten. Als in de bestuurlijke rapportage strafbare feiten worden vermeld, die niet voorkomen in de feitentabel, zoekt de burgemeester aansluiting bij het onderscheid dat het Wetboek van Strafrecht maakt tussen overtreding en misdrijf. Om vervolgens de categorie te bepalen weegt de burgemeester de impact van het strafbare feit(en) op de in artikel 2:78 APV genoemde belangen af. Bij het opleggen van een 24-uurs verblijfsontzegging wordt het onderscheid in categorieën niet gemaakt. Deze kan voor alle categorieën worden opgelegd en wordt gebruikt om notoire overlastplegers direct aan te pakken en de overlastsituatie die zij veroorzaken direct te kunnen beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel