Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Algemene bepalingen bij PGB

Onderdeel van Financieel Besluit Wmo 2022 gemeente Leeuwarden

1.. Indien de economische levensduur van de voorziening waarvoor een PGB is verstrekt nog niet is verstreken kan een (aanvullend) PGB worden verstrekt in de volgende situaties: er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken en/of er is sprake van een calamiteit die de bewoner niet is te verwijten. 2.. Indien de bewoner met een PGB-voorziening deze voorziening binnen de economische levensduur niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen PGB. Het PGB voor de instandhoudingskosten wordt verrekend voor de nog niet verstreken termijn. 3.. Indien een bewoner een voorziening middels PGB heeft en de voorziening niet meer gebruikt, dient de bewoner of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de voorziening in te leveren bij de gemeente of de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen. 4.. Indien de bewoner verhuist uit of naar de gemeente Leeuwarden, wordt de overnamewaarde vastgesteld op basis van de restwaarde van de voorziening. 5.. De restwaarde van de voorziening bedoeld in lid 2, 3 en 4 wordt berekend volgens de formule in het landelijke convenant ‘meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen’: vastgesteld PGB budget / economische levensduur in maanden * resterende termijn in maanden. 6.. De economische levensduur (ofwel afschrijvingstermijn) is voor: een mobiliteitshulpmiddel of roerende woonvoorziening 7 jaar hulpmiddelen voor kinderen 5 jaar een keuken 15 jaar een toilet 15 jaar een badkamer 25 jaar Regionale Wmo voorzieningen

Rechtspraak bij dit artikel