1. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar legt elke stichting aan de raad rekening en verantwoording af over de besteding van de in artikel 5 bedoelde bijdrage, onder overlegging van een financieel verslag.
2. Het verslag vermeldt in elk geval:
a. het bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar aan vergoeding is ontvangen;
b. het bedrag van de uitgaven ten laste van de bijdrage over het voorafgaande kalenderjaar;
c. ten behoeve van welke uitgaven de vergoeding is besteed en;
d. het saldo van de inkomsten en uitgaven per 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar.
3. Bij het verslag wordt gevoegd:
a. een verklaring van de stichting over de juistheid van de overgelegde gegevens. Deze verklaring wordt medeondertekend door de fractievoorzitter en zo mogelijk een fractielid, en;
b. afschriften van facturen en betalingsbewijzen.
4. De raad stelt na controle van het financieel verslag de hoogte vast van:
a. de financiële bijdrage;
b. de wijziging van de reserve, en
c. de resterende reserve.
5. De stukken bedoeld in lid 2 en 3 worden door de raad openbaar ter inzage gelegd.
6. In afwijking van het eerste lid wordt door de stichtingen waaraan fracties gelieerd zijn die na verkiezingen of tussentijds als zodanig ophouden te bestaan rekening en verantwoording afgelegd binnen 3 maanden na de verkiezingsdatum respectievelijk de datum van beëindiging van de activiteiten.
Artikel 10
Rekening en verantwoording
Onderdeel van Verordening Ambtelijke bijstand en Fractieondersteuning