**a..** Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde geldt dat3:
aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Indien sprake is van zgn. tussensituatie waarbij een zijerf grenst aan het erf van een ander perceel hoeft deze afstand slechts ten minste 1 m te bedragen;
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen tot 250 m² niet meer bedragen dan 50 m²;
20% van de oppervlakte van het bouwperceel bij een oppervlakte van het bouwperceel van meer dan 250 m2 en niet meer dan 750 m2;
de goothoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen;
150 m2 bij een oppervlakte van meer dan 750 m2;
de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 5 m bedragen.
** b. .** Voor het uitbreiden van de hoofdmassa van een woning aan de voorzijde gelden de volgende bepalingen:
ter plaatse van de aanduiding bijgebouwen gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 4 m;
voor het overige mogen op of in deze gronden geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van voor de voorgevellijn van en aansluitend aan woningen gelegen:
erkers, serres en andere gebouwen op de begane grond;
luifels en dakoverstekken;
balkons;
onder de volgende voorwaarden:
de breedte bedraagt aan de voorzijde maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 3,5 meter;
de maximale bouwhoogte bedraagt het vloerpeil van de eerste verdieping + 0,25 meter van het hoofdgebouw;
de maximale diepte gemeten vanaf de voorgevel bedraagt 25% van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens, met een maximum van 1,5 meter;
op een uitbouw is een afscheiding toegestaan met een hoogte van 1 meter gemeten vanaf bovenkant uitbouw.
**c..** Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken gelegen op een hoekperceel is bebouwing op de hoek van het perceel toegestaan onder de navolgende voorwaarden:
er mag slechts gebouwd worden 1 m achter de voorgevel en 1 m vanaf het openbaar toegankelijke gebied en /of openbare weg;
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²;
op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken niet meer dan 250 m² mag bedragen;
de goothoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen;
de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen.
**d..** Overige gevallen voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning geldt het volgende:
Indien een bouwplan voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning niet valt in de genoemde categorie van sub a tot en met c van artikel 4, eerste lid van de Beleidsregels, dan wordt per geval bekeken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van goede ruimtelijke kwaliteit nadere eisen stellen.
** e. .** Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt het volgende:
Indien een dergelijk geval zich voordoet zullen burgemeester en wethouders per geval bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van goede ruimtelijke kwaliteit nadere eisen stellen.
Artikel 4, lid 1:
Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel binnen de bebouwde kom:
Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen Boxtel