Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 10.

Hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Midden-Groningen 2022

Het college ziet af van het verlagen van de bijstand en volstaat met een schriftelijke waarschuwing bij een verwijtbare gedraging in de eerste categorie als bedoeld in artikelen 8, onderdeel a en 9, onderdeel a, van deze verordening, als de gedraging niet plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. De verlaging bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9 wordt vastgesteld op: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, en artikel 9, onderdeel c van deze verordening. bij gedragingen van de derde categorie zoals genoemd in artikel 8, onderdeel c, 6°, 7° wordt de verlaging vastgesteld op: artikel 8, onderdeel c, 6°: met 100% gedurende de maanden waarover het recht op de voorliggende voorziening zou hebben bestaan, voor zover het recht op een voorliggende voorziening wel maar slechts ten dele geldend gemaakt kan worden, is de verlaging het verschil tussen het recht dat (maximaal) ten gelde gemaakt had kunnen worden en het recht dat ten gelde gemaakt is. artikel 8, onderdeel c, 7°: met 100% gedurende een maand; artikel 8, onderdeel c, 8°: met het bedrag waarop krachtens de gebruikelijke verzekering recht bestaat;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel