Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling;
20% van de bijstandsnorm gedurende minimaal één maand en bij volharding van de verwijtbare gedraging tot maximaal zes maanden als een belanghebbende niet meewerkt aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid Participatiewet;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;
40 % van de bijstandsnorm gedurende minimaal één maand en bij volharding van de verwijtbare gedraging tot maximaal zes maanden als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege het niet meewerken aan het afleggen van een taaltoets opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.
100 % van de bijstandsnorm gedurende minimaal één maand en bij volharding van de verwijtbare gedraging tot maximaal zes maanden als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, als bedoeld in onderdeel e van dit artikel, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15.
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Midden-Groningen 2022