Als (neven)functies raakvlakken hebben met de functie als lid van de raad, wordt onderzocht in hoeverre beide functies verenigbaar zijn. Hiervoor treedt het raadslid in overleg met de griffier en de voorzitter van de raad. Indien nodig maakt het raadslid aanvullende afspraken met de voorzitter van de raad over de uitvoering van beide functies. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de griffier en gedeeld met het presidium.