1. De eigenaar of de houder van een gevaarlijke hond wordt geboden er zorg voor te dragen dat
deze hond aangelijnd en gemuilkorfd is als deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar
of de houder bevindt.
2. In de beschikking wordt de eigenaar of de houder uit het eerste lid erop gewezen dat het
aanlijn- en muilkorfgebod in losloopzones onverkort geldt en dat het muilkorfgebod ook op
eigen grond geldt indien ter plaatse niet de maatregelen zijn getroffen die in de APV staan
vermeld.
3. De eigenaar of de houder van een hinderlijke hond wordt geboden er zorg voor te dragen dat
deze hond aangelijnd is als deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar of de houder
bevindt.
4. In de beschikking wordt de eigenaar of de houder uit het derde lid erop gewezen dat dit
aanlijngebod in losloopzones onverkort geldt.
5. Om de maatregel op te kunnen volgen wordt in de beschikking een begunstigingstermijn
genoemd. De duur van de begunstigingstermijn wordt slechts bepaald aan de hand van de tijd
die redelijkerwijs nodig is om een muilkorf en een korte lijn aan te schaffen, althans het middel
dat noodzakelijk is om opvolging te kunnen geven aan het opgelegde gebod uit het eerste of
het derde lid. Indien bekend is dat deze middelen reeds in het bezit zijn van de houder of
eigenaar, wordt er geen begunstigingstermijn gegeven.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Maatregel
Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Goirle