Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Begripsbepaling mantelzorgwoning

Onderdeel van Mantelzorgwoningen Meierijstad

Mantelzorg vindt altijd plaats in of bij een bestaande woning. Het gaat om het tijdelijk gebruik van een bouwwerk voor mantelzorg. In de praktijk wordt wel gesproken over een ‘mantelzorgwoning’, maar volgens de regels (zoals die zijn vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht, Bor) is het geen extra woning. De regeling maakt huisvesting mogelijk in of bij een woning voor de periode dat er behoefte is aan mantelzorg. In of bij die woning mag een bouwwerk (aan-, uitbouw of bijgebouw) gebruikt worden voor de huisvesting van de mantelzorger of de zorgontvanger. Dit betekent dus dat zowel degene die de zorg verleent als degene die de zorg ontvangt in de mantelzorgwoning mag wonen. Buiten de bebouwde kom gelden afwijkende regels: voor een verplaatsbare mantelzorgwoning buiten de bebouwde kom geldt dat het oppervlak niet meer mag zijn dan 100 m2. In de mantelzorgruimte (zowel binnen als buiten de bebouwde kom) mag één huishouden van maximaal twee personen verblijven. Als de noodzaak voor mantelzorg vervalt, moet de huisvesting worden beëindigd. Het gebruik van het bouwwerk dat tijdelijk een mantelzorgwoning is geweest, moet teruggebracht worden naar de oorspronkelijke functie, namelijk: een bijbehorend bouwwerk dat bij een woning hoort. Het mag dus geen woning meer zijn en niet meer als woning worden gebruikt. Dat wil concreet zeggen, dat de aangebrachte voorzieningen, die het gebruik van het gebouw als een zelfstandige woonruimte mogelijk maken, zoals een badkamer en keuken, moeten worden verwijderd. Zie ook de paragraaf Toezicht en Handhaving op pagina 14.

Rechtspraak bij dit artikel