Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Wet- en regelgeving rondom mantelzorgwoningen

Onderdeel van Mantelzorgwoningen Meierijstad

De grondslag om een bestaand bouwwerk tijdelijk te kunnen gebruiken als mantelzorgwoning is gelegen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het bij deze wet behorend Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn in bijlage II de voorwaarden opgenomen wanneer dit tijdelijk gebruik mag plaatsvinden zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd. In deze wet- en regelgeving wordt voor mantelzorg de volgende definities gehanteerd: Huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; Mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Deze definities vormen, samen met de wet- en regelgeving, de basis voor de regels die opgesteld zijn rondom mantelzorgwoningen. In de praktijk komt het erop neer, dat er geen vergunning nodig is voor het gebruik van een bestaand bijbehorend bouwwerk bij een woning als mantelzorgwoning. Voor de leesbaarheid spreken we in deze beleidsnota verder over mantelzorgwoning. Wel moet worden voldaan aan de onderstaande regels: De mantelzorgwoning mag bewoond worden door maximaal één huishouden. Dit kan het huishouden zijn van de persoon die zorg nodig heeft, of het huishouden van de persoon die zorg verleent. Dit huishouden mag bestaan uit maximaal twee personen, van wie minstens één persoon mantelzorg ontvangt of verleent aan een bewoner in de bijbehorende woning, Artikel 1 lid 4 van bijlage II van het Bor stelt: huisvesting in verband met mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. Dit betekent dat er vanuit planologisch perspectief geen extra zelfstandige woning ontstaat op het perceel, Bij twijfels over de mantelzorgrelatie kan de gemeente vragen om een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere deskundige persoon of instantie, Als de mantelzorgrelatie eindigt, mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden voor bewoning, Buiten de bebouwde kom geldt dat vergunningvrij een mantelzorgwoning kan worden geplaatst, onder voorwaarde dat deze geheel of in delen verplaatsbaar is en de oppervlakte niet meer is dan 100 m².

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel