Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.0.

Artikel 4.1.

Door nieuwe Omgevingswet is lokaal meer mogelijk

Onderdeel van Mantelzorgwoningen Meierijstad

Op dit moment wordt een aantal onderwerpen die betrekking hebben op de leefomgeving geregeld vanuit de Rijksoverheid. In de aankomende Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, wordt alle regelgeving rondom de gehele fysieke leefomgeving samengevoegd. Deze nieuwe wet biedt straks ruimte om een aantal van deze onderwerpen lokaal te regelen. De Omgevingswet met de Bruidsschat Sinds eind 2014 zijn de regels voor tijdelijke mantelzorgwoningen door de Rijksoverheid reeds versoepeld en er is (meestal) geen omgevingsvergunning meer voor nodig. In de aanstaande Omgevingswet blijft deze regeling vooralsnog ongewijzigd van toepassing. Wat er veranderd is dat de gemeente zelf mag bepalen of ze deze regel wil behouden, aanpassen of laten vervallen. Dit gebeurt met meer regels die het Rijk loslaat en de verantwoording overdraagt aan de gemeenten. Deze regels worden via de inwerkingtreding van de Omgevingswet in een zogenaamde ‘bruidsschat’ overgedragen aan de gemeenten. De regels opgenomen in de bruidsschat vallen daarmee dan ook onder het dan van rechtswege geldende tijdelijke Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Eén Omgevingsplan Meierijstad Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, stelt elke gemeente één Omgevingsplan op met alle regels rondom de fysieke leefomgeving in de betreffende gemeente. Gemeenten hebben tot 31 december 2029 de tijd om het tijdelijke Omgevingsplan om te zetten naar een omgevingsplan dat voldoet aan de nieuwe wet. Dit betekent onder andere ook dat de regels uit de bruidsschat worden aangepast naar de eigen lokale situatie. Dit biedt de kans om onze visie op het onderwerp ‘mantelzorgwoningen’ op een andere manier vorm te geven dan nu het geval is. Hierbij zullen de algemene uitgangspunten van de Omgevingswet de leidraad vormen. Dit zijn de volgende uitgangspunten: Ja, mits-principe: ruimte voor nieuwe initiatieven; Zorgdragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 lid 1 Omgevingswet). De Rijksoverheid draagt het onderwerp mantelzorg dus over aan de gemeenten. Dit wordt onder andere gedaan om te voorkomen dat kwetsbare mensen zonder vergunning gaan wonen op een locatie die voor deze mensen extra risico’s oplevert. De gemeente is bekend met de lokale situatie en kan daardoor eenvoudiger regels opstellen die specifiek gelden voor een bepaalde locatie, en de gemeente kan een niveau van bescherming koppelen aan de betreffende locatie. Dit is al gebeurd in diverse bestemmingsplannen die door de gemeente zijn opgesteld. Als de Omgevingswet straks in werking treedt, zullen we deze ‘beschermingsniveaus’ overnemen en/of actueel maken in de ‘Omgevingsvisie’ en het gemeentelijke Omgevingsplan. Een voorbeeld hiervan is een mantelzorgwoning op een bedrijventerrein of dicht langs een snelweg. Een nieuwe mantelzorgwoning op zo’n locatie zorgt voor risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid, zowel voor de mantelzorger als voor de ontvanger van mantelzorg. De gemeente zal dit soort locaties, met specifieke risico’s, in het Omgevingsplan meenemen en hier regels over stellen. Dat zijn bijvoorbeeld regels over de minimaal aan te houden afstanden gerelateerd aan de diverse functies. Op die manier creëren we als gemeente meer ruimte voor mogelijkheden waar het kan, en kunnen we duidelijkere regels stellen waar het moet, bijvoorbeeld vanwege de risico’s. Wanneer de regelgeving rondom mantelzorgwoningen van de Rijksoverheid naar de gemeente wordt overdragen, heeft de gemeente dus meer ruimte om regels te stellen rondom bepaalde locaties. Daarnaast is de gemeente vrijer om invulling te geven aan de manier waarop de behoefte aan mantelzorg beoordeeld wordt. En over bijvoorbeeld de grootte van de mantelzorgwoning. Wanneer straks het omgevingsplan wordt opgesteld in onze gemeente, zal deze beleidsnotitie met het onderwerp mantelzorg dus zeker nog terugkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel