Wanneer de persoon die de mantelzorg ontvangt verhuist of overlijdt, dan vervalt de behoefte aan mantelzorg. In dat geval mag het bouwwerk dat eerst dienst deed als mantelzorgwoning, niet meer gebruikt worden als woning. Dat gedeelte van de woning, de aanbouw of het betreffende bijgebouw dient dan weer de functie te krijgen die het voorheen ook had. De voorzieningen die het gebruik als woonruimte mogelijk maken, moeten worden verwijderd. Gaat het om een speciaal voor de mantelzorg geplaatste unit, dan moet deze verwijderd worden.
Dit geldt zowel voor mantelzorgwoningen als pre-mantelzorgwoningen. Gaat het om een pre-mantelzorgwoning, dan staat deze werkwijze ook beschreven in de omgevingsvergunning. In de vergunning is dan beschreven wat er moet gebeuren als de behoefte aan mantelzorg niet meer aanwezig is. Is er opnieuw aantoonbaar een (pre-)mantelzorgbehoefte? Dan moet hiervoor opnieuw een aanvraag ingediend worden. De aanvraag wordt opnieuw getoetst aan de eisen die gelden voor een pre-mantelzorgwoning.