Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Bijdrage in de kosten van individuele maatwerkvoorzieningen (in natura en PGB) en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Wmo 2021 gemeente Leeuwarden

1.. Een bewoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een individuele maatwerkvoorziening vanuit de Wmo (in natura of PGB), zolang de bewoner van de individuele maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt. 2.. Een bewoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening, zolang de bewoner van deze voorziening gebruikt maakt. 3.. De bij verordening aangewezen voorzieningen, die tevens aangemerkt worden als duurzame hulpverlening, zijn: a.. Basisondersteuning Wmo – Praktische Thuisondersteuning b.. Basisondersteuning Wmo – Thuisondersteuning c.. Basisondersteuning Wmo – Dagbesteding d.. Basisondersteuning Wmo – Persoonlijke verzorging 4.. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor het gebruik van één of meerdere individuele maatwerkvoorzieningen (in natura of PGB) en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen tezamen – met uitzondering van Beschermd Wonen Intramuraal, Opvang en Collectief lokaal vervoer - bedraagt overeenkomstig het wettelijk vastgestelde abonnementstarief €19,- per maand voor de ongehuwde of gehuwden tezamen, tenzij op basis van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 5.. De bijdrage voor een individuele maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening gaat de kostprijs van de voorziening niet te boven. 6.. In afwijking van lid 1 is een bewoner geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: een rolstoel voorzieningen, niet zijnde een woningaanpassing, voor personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. informele ondersteuning middels Kortdurend Verblijf en Dagbesteding, waarvoor een vergoeding geldt conform artikel 11, lid 6g van deze verordening. het gebruik van cliëntondersteuning. 7.. In aanvulling op lid 6 is er wel een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een rolstoelaccessoire, die niet onlosmakelijk verbonden is aan de rolstoel, waarmee een rolstoel feitelijk een vervoersvoorziening wordt. 8.. De bijdrage voor een individuele maatwerkvoorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige bewoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over de minderjarige bewoner. 9.. In afwijking van lid 4 is de bijdrage in de kosten voor Collectief lokaal vervoer (Wmo-taxivervoer) een reisbijdrage gelijk aan het landelijke vastgestelde basistarief en het regionale kilometertarief voor het openbare busvervoer van het voorgaande jaar, met in achtneming van de voor het openbare busvervoer geldende korting voor leeftijdsgroepen (kinderen jonger dan 12 jaar en volwassenen van 65 jaar en ouder). Er geldt geen reisbijdrage voor kinderen jonger dan 4 jaar, met een maximum van twee kinderen per rit. Er geldt geen eigen bijdrage voor een begeleider op (medische) indicatie. Voor het jaar 2022 zal, ten behoeve van een stapsgewijze invoering, het basistarief vastgesteld worden op € 0,70 voor de bewoner die jonger is dan 65 jaar en € 0,46 voor een bewoner van 65 jaar of ouder. 10.. In aanvulling op lid 9 geldt de reisbijdrage voor collectief lokaal vervoer binnen het vervoersgebied van 25 km vanaf het woonadres. Buiten het vervoersgebied geldt het marktconform tarief. 11.. De kostprijs van een: individuele maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de zorgaanbieder; individuele maatwerkvoorziening middels PGB wordt bepaald op basis van de tariefdifferentiatie (conform artikel 11, lid 6), met uitzondering woonvoorzieningen en hulpmiddelen. woonvoorziening middels PGB wordt afgeleid van een vastgesteld normbedrag, een goedgekeurde kostenbegroting of de overeengekomen prijs van de voorziening met de gecontracteerde leverancier. hulpmiddel middels PGB wordt vastgesteld op basis van de verkoopprijs van de goedkoopst adequate door de gecontracteerde zorgaanbieder geboden voorziening en/of offerte. PGB is gelijk aan de in de beschikking vastgestelde hoogte van het PGB. 12.. Een bewoner die gebruik maakt een voorziening voor Beschermd Wonen Intramuraal (in natura) betaalt een inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten conform de bijdragen voor Beschermd Wonen in het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 13.. De bijdrage voor de regionale voorziening ThuisPLUS bedraagt overeenkomstig lid 4 het wettelijk vastgestelde abonnementstarief van €19,- per maand . 14.. Een bewoner die gebruik maakt van een individuele maatwerkvoorziening voor Opvang betaalt bijdrage in de kosten conform de bijdragen voor Opvang in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 15.. De bijdrage voor een individuele maatwerkvoorziening (Zorg in natura of PGB) en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen worden vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). 16.. In afwijking op lid 15 wordt de reisbijdrage voor het collectief lokaal vervoer en Opvang geïnd door de zorgaanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel