Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 15

Kosten van bijzondere sociale en financiële omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand 2021 III ´s-Hertogenbosch

Voor bijzondere bijstandsverlening komen in ieder geval de volgende kosten in aanmerking, als zij noodzakelijk zijn op grond van bijzondere sociale of financiële omstandigheden: alle kosten die verband houden met de begrafenis of crematie van een overledene in Nederland, gerekend naar de kosten van de goedkoopst adequate mogelijkheid, ten behoeve van de belanghebbende die volgens de wet aansprakelijk is voor verzorging van de teraardebestelling. de eigen bijdrage voor rechtsbijstand door een via de Raad voor Rechtsbijstand toegewezen advocaat/raadsman, inclusief de hieraan verbonden overige kosten zoals bijvoorbeeld griffierecht, reiskosten voor de zitting. kosten voor bewindvoering; de eigen bijdrage in geval van bewindvoerings/beschermingsbewind of curatele indien door de rechtbank een beschikking is afgegeven. de LBIO ouderbijdrage, voor een periode van maximaal 3 aaneengesloten maanden (de belanghebbende maakt, als hij zelf in deze kosten voorziet, weer aanspraak op kinderbijslag, welke aanspraak hij door uithuisplaatsing was verloren). de betaling van een aanslag inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen, als niet verwijtbaar, geen vermindering of kwijtschelding kan worden verkregen én de aanslag leidt tot een maandinkomen beneden bijstandsniveau. taxatie van een eigen woning en de overige aan de vestiging van een geldlening onder verband van hypotheek verbonden kosten (krediethypotheek). verhuizen of dubbele woonkosten vanwege een onvoorzienbare noodzakelijke verhuizing. leges voor de verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en verblijfsvergunning eerste aanvraag voor een in Nederland geboren kind. Hierbij dient in alle situaties sprake te zijn van een rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling in de zin van artikel 8 onderdeel a tot en met e en i Vreemdelingenwet 2000. kosten van kinderopvang: voor zover deze kosten noodzakelijk zijn voor de combinatie van arbeid en zorg, mits door bijzondere omstandigheden, zoals de arbeidstijden van de ouder, geen passend aanbod voor kinderopvang kan worden gedaan door een kindercentrum of gastouderbureau waardoor geen aanspraak op een tegemoetkoming in het kader van de Wet Kinderopvang mogelijk is. reizen: reiskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten welke uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan. Als uitzondering op deze hoofdregel verstrekt het college reiskosten: wegens bezoek aan een in Nederland in een WLZ-inrichting verblijvend gezinslid tot en met de tweede graad (die vóór de opname thuisinwonend was) gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer, maximaal 2 maal per week (in geval van detentie is de vergoeding 1 keer per 2 weken). wegens bezoek aan een in Nederland in een jeugdinrichting verblijvend gezinslid. Afhankelijk van de bezoekregeling die is ingesteld, maar maximaal 2 maal per week. Compensatie ALO-kop Vanaf 1 januari 2015 is de alleenstaande oudernorm in de Participatiewet vervangen door een combinatie van de alleenstaande norm en de alleenstaande ouderkop, ook wel de ALO-kop genoemd en onderdeel van het kindgebonden budget. Door een verschil in definiëring van het (fiscaal)partnerbegrip tussen de Participatiewet en de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR) ontvangt een kleine groep alleenstaande ouders geen ALO-kop zonder dat zij hier zelf iets aan kunnen doen. Hierbij kunnen de volgende drie categorieën onderscheiden worden: de langdurig gescheiden wonende ouders met een partner in inrichting (detentie of zorginstelling) de gehuwden met een niet-rechthebbende partner b.v. in verband met het ontbreken van verblijfsrecht. Zij worden in het kader van de belastingwetgeving als gehuwd aangemerkt (artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de AWIR) en krijgen om die reden geen ALO-kop); de gescheiden wonende partners die nog geen echtscheiding hebben aangevraagd of partners die met onbekende bestemming zijn vertrokken. De staatssecretaris heeft gemeenten opgeroepen om in die gevallen dat er sprake is van schrijnende situaties, maatwerkondersteuning te bieden bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand. Categoriale verstrekking aan een groep personen is niet toegestaan. Vandaar dat elke situatie individueel beoordeeld dient te worden alvorens tot verstrekking van een aanvullende periodieke uitkering kan worden overgegaan. Hierbij dient te worden beoordeeld in hoeverre: belanghebbende de mogelijkheden heeft benut om het AWIR partnerschap te beëindigen dan wel de leefsituatie aan te laten sluiten op de definitie partnerschap binnen de AWIR; de duur van de periode dat men gescheiden leeft en het AWIR partnerschap niet beëindigd kan worden (Het dient in alle gevallen te gaan om schrijnende situaties. Een periode van enkele dagen detentie is dan ook geen aanleiding voor compensatie van de ALO-kop); de overige middelen die men heeft om de periode te overbruggen. Inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm, en het vermogen voor zover dit meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens, worden daarbij in ieder geval volledig in aanmerking genomen; Mogelijkheid om de kosten van het bestaan te kunnen delen met anderen. Uit de memorie van toelichting volgt dat alleenstaande ouders die hun kosten kunnen delen met een andere volwassenen de gevolgen van de wet moeten kunnen opvangen. De bijstand kan op aanvraag worden verstrekt. De hoogte van de bijdrage is gelijk aan de van toepassing zijnde ALO-kop. Overbruggingsuitkering Er kan eenmalig bijzondere bijstand (overbruggingsuitkering) worden verstrekt voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, indien er voorafgaand aan het recht op een (bijstands)uitkering geen inkomen was en of belanghebbende door bijzondere omstandigheden niet heeft kunnen reserveren om te voorzien in deze algemene kosten. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt in dit geval maximaal 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel