Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Termijn van betaling

Onderdeel van Havengeldenverordening 2022

De belasting als bedoeld in artikel 3 moet, als aangifte is gedaan, overeenkomstig de gedane aangifte worden betaald binnen één maand na de verzenddatum van de in artikel 17 eerste lid bedoelde uitnodiging tot betaling. Deze termijn van betaling geldt ook voor de bestuurlijke boeten die bij de uitnodiging tot betaling worden opgelegd. Ter zake van de niet-nakoming van deze betalingsverplichting kunnen op voet van Hoofdstuk VIIIA Algemene wet inzake Rijksbelastingen bestuurlijke boeten worden opgelegd. De belasting die bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als bedoeld in artikel 17, lid 2, moet worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving. Een naheffingsaanslag moet binnen veertien dagen worden betaald. Deze termijn van betaling geldt ook voor de bestuurlijke boeten die bij de naheffingsaanslag worden opgelegd. De naheffingsaanslagen kunnen doormiddel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van belastingschuldige worden afgeschreven in één termijn van 14 dagen. De uitnodigingen tot betaling kunnen doormiddel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van belastingschuldige worden afgeschreven in één termijn van een maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel