Alle aanvragen van artikel 6 verordening voor een maatwerkvoorziening moeten worden voorzien van een handtekening van de cliënt. Dit kan in voorkomende situaties ook de handtekening van de gemachtigde of de wettelijk vertegenwoordiger namens de cliënt zijn.
Het college stelt bij de aanvraag de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening verstrekt het college een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Het identiteitsbewijs moet geldig zijn. In het geval het identiteitsbewijs verlopen is, wordt een aanvraag pas in behandeling genomen nadat er een geldig identiteitsbewijs getoond kan worden.
Ook minderjarige kinderen moeten zich legitimeren als er een aanvraag voor een maatwerkvoorziening Wmo wordt gedaan.
Er kan – wanneer dit noodzakelijk is voor zorgmijdende inwoners – een uitzondering worden gemaakt op hetgeen gesteld in dit artikel.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 3.
ID-plicht en handtekening
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Renkum 2021