Indien na een aanvraag van een cliënt gedurende het onderzoek duidelijk wordt dat er sprake is van een Wlz-indicatie, dan zet het college het onderzoek pas voort wanneer de afbakening met de Wlz – zoals deze in de wet geregeld is – aantoont dat de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor een voorziening vanuit de Wmo.
Indien gedurende het onderzoek het vermoeden ontstaat dat een voorziening vanuit de Wlz mogelijk is, dan zet het college het onderzoek voort nadat de Wlz-aanvraag is afgewezen.
Een maatwerkvoorziening hoeft niet te worden verstrekt als de inwoner een Wlz-indicatie heeft. Dit geldt ook als een inwoner deze indicatie nog niet heeft en weigert mee te werken aan het aanvragen van deze indicatie, terwijl hij daar wel aanspraak op maken kan.
Het college kan wel een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo verstrekken als overbrugging tot de Wlz-indicatie ingaat. Het aanvragen van een Wlz-indicatie kan namelijk enige tijd duren. Daarom kan het college voor een tijdelijke oplossing zorgen door een maatwerkvoorziening voor een korte duur af te geven.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 4.
Indicatie Wet langdurige zorg
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Renkum 2023