De voorwaarden om een pgb volgens artikel 12 lid 1 verordening toegekend te krijgen, betreffen:
de bekwaamheid van de cliënt;
de gemotiveerde keuze voor het pgb;
de kwaliteitseisen van de zorg die met pgb wordt ingekocht.
De bekwaamheid wordt beoordeeld met de volgende criteria:
de cliënt is in staat om – al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of diens (wettelijke) vertegenwoordiger – in staat de eigen/gezinssituatie te overzien, zelf de zorg te kiezen, te regelen en aan te sturen;
de cliënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger is goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb;
de cliënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger is in staat de verantwoordelijkheid van de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals het zoeken van een zorgaanbieder, het voeren van sollicitatiegesprekken, het (laten) opstellen van de correcte zorgovereenkomsten gelijk aan het model van de Sociale Verzekeringsbank (Svb), dan wel het accorderen van facturen en het bewaken van de kwaliteit en voortgang van de zorg.
De bekwaamheid voor het beheren van een pgb wordt in samenspraak met de cliënt getoetst, maar het oordeel van het college is hierin leidend. Wanneer het college van oordeel is dat de cliënt dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn (wettelijke) vertegenwoordiger niet bekwaam is voor het houden van een pgb, dan kan het college het pgb weigeren.
De gemotiveerde keuze voor het pgb kan blijken uit de wijze waarop de cliënt zijn verzoek om pgb motiveert. Het gaat om de keuze van de cliënt en niet van de in te kopen ondersteuner of aanbieder. Wel kan iemand uit het eigen sociale netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner ondersteunen bij het motiveren van de aanvraag. Beiden mogen zich niet laten betalen als belangenbehartiger vanuit het pgb.
De kwaliteit van de met het pgb ingekochte ondersteuning dient naar het oordeel van het college gewaarborgd te zijn. Voor de ondersteuning die wordt ingekocht met het pgb gelden volgens artikel 21 van de verordening dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura.
De cliënt heeft zelf de regie over de ondersteuning die hij met het pgb contracteert. Hij krijgt daarmee de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan deze zo nodig bijsturen.
De kwaliteitseisen die gelden voor de ingekochte ondersteuning in natura worden als volgt beoordeeld door het college:
het college beoordeelt aan de hand van het ingevulde budgetplan of de kwaliteit voldoende is gegarandeerd;
bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woonvoorzieningen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt;
cliënt en het college spreken de termijn af waarbinnen de behaalde resultaten en de daaraan verbonden voorwaarden worden geëvalueerd, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet zoals in het budgetplan is aangegeven.
Hoofdstuk 7:
Artikel 9.
Voorwaarden om een pgb toegekend te krijgen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Renkum 2023