Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 30.

(Collectief vraagafhankelijk) vervoer

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021

Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt altijd eerst onderzocht of de inwoner zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer of dit met een gerichte training (MEE-reizen door MEE Gelderse Poort) kan worden aangeleerd. Tevens wordt onderzocht of hij met beschikbare hulp van personen uit zijn sociale netwerk en/of vrijwilligers kan reizen en of hij gebruik kan maken van de Hulpdienst voor Elkaar. Als al deze opties geen afdoende compensatie bieden, kan de inwoner in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor vervoer. Toelichting op de criteria voor vervoer van artikel 8 verordening: wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor collectief vervoer. Voor vervoer tot 500 meter kan de inwoner zelf algemeen gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet. Voor collectief sociaal-recreatief vervoer geldt dat dit vervoer uitsluitend voor vergoeding in aanmerking komt als de af te leggen afstand minimaal 1 km bedraagt (tot een maximum van 25 km). wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer verstrekt voor afstanden korter dan 5 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel. wanneer het tijdens de rit (medisch) noodzakelijk is dat er een begeleider aanwezig is, kan het er een indicatie medisch begeleider worden afgegeven. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het uitvoeren van medisch noodzakelijke handelingen tijdens de rit, of om een noodzaak tot toezicht vanwege gedragsmatige redenen. Van De medisch begeleider is geen ritbijdrage verschuldigd. Een medisch specialist dient voor de noodzaak tot medische begeleiding een medische verklaring te verstrekken.. Een indicatie voor een medisch begeleider betekent dat de inwoner altijd onder begeleiding van deze medische begeleider moet reizen. wanneer het niet noodzakelijk is, maar in voorkomende situaties wel wenselijk is dat er een begeleider meereist met inwoner aan wie deze maatwerkvoorziening is verstrekt, kan de inwoner zelf zorgen voor begeleiding door een sociaal begeleider. Deze sociaal begeleider betaalt het reguliere OV tarief om mee te mogen reizen. Het sociaal team geeft geen indicatie af voor een sociaal begeleider. een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren. een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente. In de volgende situaties is er bijvoorbeeld sprake van noodzakelijke medische begeleiding: inwoner heeft tijdens de rit verzorging/behandeling, of toezicht nodig. inwoner kan niet zonder toezicht reizen in verband met het gedrag (neuro psychosociaal). kinderen, ouder dan 12 jaar die niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen. Als een inwoner begeleiding nodig heeft die verder gaat dan van deur-tot-deur (dat biedt namelijk de chauffeur) maar er geen noodzaak tot medische begeleiding bestaat, dan wordt de inwoner door het sociaal team verwezen naar: het eigen netwerk, of het openbaar vervoer, of de hulpdienst voor Elkaar, of het meenemen van een sociaal begeleider op eigen kosten. Het sociaal-recreatief vervoer zoals beschreven in artikel 8 verordening is gemaximeerd op 25 kilometer vanaf het woonadres of tot een puntbestemming. Wanneer de vervoersbehoefte niet naar een puntbestemming gaat of deze 25 kilometer overstijgt, dan kunnen inwoners Valys gebruiken. Valys is er voor inwoners met een mobiliteitsbeperking die sociaal-recreatief willen reizen buiten hun eigen regio. Wanneer collectief vervoer geen (voldoende) oplossing biedt voor de vervoersbehoefte, kan individueel vervoer/ een individuele vervoersvoorziening worden verstrekt, zoals: aangepaste fiets/ driewielfiets, mits niet algemeen gebruikelijk en juist speciaal bestemd voor inwoners met een beperking zoals een driewielfiets en de duofiets. Deze voorziening is bedoeld voor de korte en zeer korte afstand en kan worden gecombineerd met een collectieve vervoersvoorziening als zich ook buiten het bereik van de fiets een vervoersprobleem voordoet. Scootmobiel. Deze is bedoeld om te voorzien in de dagelijkse vervoersbehoefte op de (zeer) korte en middellange afstand en kan worden gecombineerd met een collectieve vervoersvoorziening als zich ook buiten het bereik van de scootmobiel een vervoersprobleem voordoet. Voordat een scootmobiel kan worden ingezet wordt altijd eerst onderzocht of de scootmobielpool een adequate oplossing vormt, hiertoe behoort onder andere de beoordeling van de rijvaardigheid. Scootmobielpool: bedoeld voor gebruik van maximaal 3 dagen aansluitend voor maximaal 1 maal per maand. De scootmobiel wordt geleverd en opgehaald door de leverancier en waar nodig gecombineerd met een rij-/gewenningsles. Bij een individuele vervoersvoorziening zoals een scootmobiel of een aangepaste fiets dient ook een stalling aanwezig te zijn. Wanneer er geen geschikte stalling is, wordt samen met de inwoner onderzocht wat de goedkoopst compenserende oplossing dan is. Bij elektronische voorzieningen behoort de oplaadmogelijkheid tot de eigen verantwoordelijkheid. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt wanneer in het geheel geen geschikte stroomvoorziening aanwezig is, bijvoorbeeld in een kelderbox met enkel zwakstroom. Gesloten buitenwagen: is algemeen gebruikelijk, tenzij dat in de specifieke situatie gezien de persoonlijke omstandigheden van de inwoner niet het geval is. Een gesloten buitenwagen wordt alleen ingezet op basis van (medisch) advies en in geval dat deze voorziening ook als goedkoopst compenserend dient te worden gezien. Een gesloten buitenwagen geldt op grond van de Wmo slechts als vervoersvoorziening binnen de directe woonomgeving. Dat de actieradius verder reikt is een bijkomende eigenschap van deze voorziening, maar is geen grond voor de verstrekking. Aangepaste (eigen) (auto)bus: uitsluitend in geval van een combinatie van medische, sociale en functionele beperkingen en mogelijkheden van de persoon met beperkingen kan een aangepaste auto of autobus worden verstrekt en alleen indien dit de enige en daarbij ook de goedkoopst compenserende oplossing biedt. Hiervoor wordt medisch advies gevraagd. De inwoner die de (auto)bus gaat besturen moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Het halen van een rijbewijs is algemeen gebruikelijk; de kosten van rijlessen worden daarom niet vergoed. Aanpassingen in de eigen auto(bus) worden alleen gedaan wanneer de (auto)bus – naar verwachting – nog minimaal 7 jaar meegaat. Kindvoorzieningen: fiets-/ autozitje: speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor op de fiets of in de auto, waardoor het kind veilig kan worden vervoerd wanneer hier niet met algemeen gebruikelijke voorzieningen in kan worden voorzien: kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op de fiets of in auto, gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk. Als er sprake is van verstrekking van een andere voorziening die voorziet in vervoer, wordt eerst beoordeeld in hoeverre deze voorziening ook reeds voldoet om het kind mee te vervoeren. Een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto, wanneer gebruik van de eigen auto niet als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. En de inzet van deze financiële tegemoetkoming als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel