In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
budgetbeheer: budgetbeheer is een vorm van (lichte) ondersteuning. De inkomsten en de uitgaven worden beheerd en (een gedeelte van) de lasten worden betaald. De inwoner krijgt per week of per maand leefgeld om boodschappen mee te doen. Het doel van budgetbeheer is het voorkomen van zwaardere maatregelen als bewindvoering of het ontstaan van problematische schulden. Afhankelijk van de zelfredzaamheid van de inwoner wordt bepaald of en in hoeverre volledig of gedeeltelijk budgetbeheer wenselijk is;
budgetcoaching: het aanleren van kennis en vaardigheden waarbij inzicht wordt verkregen in de inkomsten en de uitgaven, om zo de financiële zelfredzaamheid te vergroten;
budgetplan: een individueel op maat gemaakt financieel maandoverzicht van o.a. inkomsten, uitgaven, verplichte aflossing schuldbemiddeling en reserveringsgedeelten;
duurzame financiële dienstverlening (DFD): DFD kan worden ingezet op het moment dat is vastgesteld dat de bestaande schuldsituatie door omstandigheden nog niet kan worden opgelost. Dit is bijvoorbeeld het geval bij niet saneerbare vorderingen of voorliggende problematiek. Bij DFD wordt geprobeerd om een evenwicht aan te brengen in de inkomsten en de uitgaven;
financieel beheer: financieel beheer is een vorm van ondersteuning die bijdraagt aan het tot stand komen van een minnelijke regeling. Hierbij wordt de afloscapaciteit gereserveerd en het maandinkomen doorgestort naar de inwoner zelf. Bij financieel beheer is de inwoner verantwoordelijk voor het betalen van de vaste lasten;
fraude/ grove schuld: er is sprake van fraude of grove schuld indien de aanvrager opzettelijk of verwijtbaar fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en hij in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de fraudevordering volledig is betaald;
herfinanciering voor kleine schulden: bij een herfinanciering van schulden wordt geprobeerd om 100% van de schuld terug te betalen. Dit kan in de vorm van een betaalregeling of een herfinanciering;
intake: de intake moet een zo compleet mogelijk beeld opleveren van de situatie van de inwoner. Als het nodig is helpt Financiën op Koers (FinoK) de klant met het ordenen van de administratie, het maken van een schuldenoverzicht en het doen van belastingaangiftes. Tijdens het intakegesprek wordt de situatie van de inwoner in kaart gebracht. Er wordt gekeken naar de schulden en de aard hiervan (problematisch, of niet-problematische situatie). Ook wordt er bekeken of er andere problemen zijn op andere leefgebieden. Op basis van deze gegevens wordt bepaald hoe het plan van aanpak eruit komt te zien en welke producten en/of diensten ingezet moeten worden. Lukt het niet om een passend traject te bieden, doordat niet aan de voorwaarden wordt voldaan of omdat de inwoner het niet eens is met de aanpak, dan kan er Informatie en Advies worden aangeboden of wordt er een andere vorm van hulp gezocht. Waar nodig blijven de consulenten schuldhulpverlening betrokken;
middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de aanvrager en diens gezinsleden tot 18 jaar beschikken dan wel redelijkerwijs kunnen beschikken;
minnelijke schuldbemiddeling: schuldbemiddeling is een vorm van een minnelijk schuldregelingstraject. Een minnelijke schuldregeling (MSNP) houdt in dat er bij een problematische schuldensituatie zonder tussenkomst van de rechter een regeling getroffen wordt met de schuldeisers. Bij schuldbemiddeling worden alle inkomsten boven het VTLB maandelijks gereserveerd en jaarlijks uitbetaald aan de schuldeisers. Eens per jaar wordt de afloscapaciteit opnieuw berekend of vaker als de situatie hierom vraagt. Het bedrag dat aan schuldeisers wordt betaald kan daardoor jaarlijks verschillen;
nazorg: het geheel aan activiteiten dat erop gericht is om mensen na het doorlopen van een traject, blijvend in staat stelt hun financiën op orde te houden. Nazorg wordt ingezet om terugval te voorkomen op het moment dat een inwoner een traject heeft doorlopen;
plan van aanpak: het plan van aanpak omvat alle financiële gegevens en schulden van de inwoner en een analyse van de situatie. Daarnaast biedt het plan van aanpak een overzicht van producten en diensten die de inwoner zou kunnen ontvangen en een stappenplan die toewerkt naar de wenselijke eindsituatie. De inwoner moet het plan van aanpak goedkeuren om het traject te beginnen;
saneringskrediet: een saneringskrediet is een vorm van een minnelijke schuldregeling waarbij de totale (problematische) schuld wordt afgekocht bij de gemeente tegen finale kwijting. Er blijft dan één schuldeiser (de gemeente) over. Er wordt maandelijks één vast bedrag afgelost aan deze schuldeiser gedurende het traject;
schuldhulpverlening: overkoepelend en samenhangend geheel van diverse trajecten, met als doel financiële problemen en de oorzaken daarvan op te lossen, te voorkomen of hanteerbaar te maken.;
sociaal krediet/Jongerenkrediet: een krediet dat verstrekt wordt aan inwoners die om verschillende redenen geen krediet bij een bank kunnen aangaan. Dit krediet kan ingezet worden bij beginnende schulden, waarbij nog geen sprake is van een problematische schuldenlast;
vermogen: de waarde van de bezittingen waarover de aanvrager en zijn gezinsleden tot 18 jaar beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Hierbij worden richtlijnen van de NVVK en Recofa-normen toegepast en de waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer;
WSNP-traject: traject bedoeld in de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Het wettelijk schuldsaneringstraject natuurlijke personen (WSNP) is een traject waar naar wordt verwezen op het moment dat een minnelijke regeling niet lukt. Binnen het wettelijk traject wordt met tussenkomst van de rechter geprobeerd om een schuldregeling af te dwingen.