Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Dyslexiezorg

Onderdeel van Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022

1.. Een jeugdige komt in aanmerking voor diagnostiek van ernstige dyslexie, indien: de Poortwachter (is onderdeel van de organisatie Het ABC) van de school, in samenwer-king met de ouders/verzorgers, het volledige opgestelde leerlingdossier ontvangt met de aanvraag voor de voorziening dyslexiezorg; en de Poortwachter het leerlingdossier heeft beoordeeld volgende richtlijnen van het Ne-derlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (hierna: NKD) wat onder andere inhoudt: dat uit 3 Cito-toetsen (of vergelijkbare toetsen) na elkaar blijkt dat de jeug-dige een grote achterstand heeft op technisch lezen op woordniveau. Tussen deze toetsen zit telkens minimaal 6 maanden. In het geval van Cito-toetsen betekent dit dat de jeugdige 3 keer een E- of V-(min)-score heeft op lezen; en de school extra begeleiding heeft aangeboden en dat kan bewijzen. Deze begeleiding moet voldoen aan eisen die staan omschreven in de ‘Brede Vak-inhoudelijke Richtlijn Dyslexie’; en de lees- en spellingproblemen niet voortkomen uit laaggeletterdheid, ge-brekkig onderwijs of andere problemen; en de Poortwachter een ontvankelijkheidsverklaring afgeeft op basis van haar beoordeling van het door de school opgestelde leerlingdossier. De verklaring wordt afgegeven aan de ouders / verzorgers van de leerling.

Rechtspraak bij dit artikel