**1..** Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit Ruimtelijke Ordening.
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien:
het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale Archeologische Monumentenkaart, de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden of een door burgemeester en wethouders vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart, waarbij die verstoring plaatsvindt:
in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2500 m²,
in een gebied met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m², of
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg, of
de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of
met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.