Naar hoofdinhoud
Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen: binnen 6 weken na afloop van de periode januari-juli dient de houder een bezettingsoverzicht te tonen van de betreffende periode. Indien blijkt dat het aantal geplaatste (doelgroep)peuters 10% of meer afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal geplaatste (doelgroep)peuters, kan een heroverweging van de verleende subsidie over het lopende jaar plaatsvinden. Mocht deze heroverweging leiden tot een wijziging van de verleende subsidie, dan ontvangt de houder een gewijzigd subsidieverleningsbesluit. Aan nieuwe houders kunnen andere termijnen worden gevraagd; houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen; houder verleent peuters met een VE-indicatie voorrang bij de plaatsing van peuters; houder plaats alleen peuters die ingezetenen zijn van de gemeente Vijfheerenlanden op reguliere peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen, tenzij het college toestemming heeft verleend om hier van af te wijken; houder past de VNG adviestabel toe voor ouder(s) en/of verzorger(s) die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, conform artikel 5 en artikel 7; houder bepaalt bij plaatsing van de peuter de hoogte van de ouderbijdrage en draagt de ouder(s) en/of verzorger(s) op om wijzigingen in het inkomen per omgaande door te geven; voor het bepalen van de hoogte van het inkomen dient houder gebruik te maken van de meest recente definitief vastgestelde inkomensverklaring van beide ouders en/of verzorgers, of bij een eenoudergezin van de inkomensverklaring van de betreffende ouder en/of verzorger; houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties; houder zoekt proactief samenwerking met ‘natuurlijke partners’ in de gemeente Vijfheerenlanden, zoals onderwijs, GGD, bibliotheek, kinderopvang en welzijn; er wordt gestreefd naar een eenduidige pedagogische visie; houder neemt deel aan periodiek door de gemeente georganiseerd overleg over het jonge kind; houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om: een door de ouder(s) en/of verzorger(s) ondertekend plaatsingscontract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouder(s) en/of verzorger(s); naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en de (verwachte) einddatum van de opvang; een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder en/of verzorger, voor ouder(s) en/of verzorger(s) die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; inkomensgegevens van ouder(s) en/of verzorger(s) die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag door middel van recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar; indien het gaat om een VE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VE van het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel