Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Hoe wordt de hoogte van een pgb – tarief bepaald?

Onderdeel van Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022

1.. Het pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is. 2.. Het pgb is gebaseerd op een uurtarief of gemiddeld resultaattarief, er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven, dit zijn het instellingstarief, het zelfstandige zonder personeel (zzp)-tarief en het informeel tarief. 3.. Van instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de budgethouder: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007); en die een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; en die een SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogde zorgverlener(s) en een VOG die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden ingediend. 4.. Van een zzp tarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e van de client: personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007); en die een SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een VOG die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden en een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogd zorgverlener ingediend. 5.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e graad van de client is er altijd sprake van informeel tarief, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. 6.. Indien de documenten beschreven in lid 4 of lid 5, niet worden overlegd is ten alle tijden sprake van informeel tarief. 7.. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in Bijlage 1. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. 8.. Uitgangspunt is dat, zo mogelijk en nodig, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven. 9.. Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend blijft in stand zolang de toekenning geldig is.

Rechtspraak bij dit artikel