Naar hoofdinhoud
1.. De boa of toezichthouder draagt de bodycam duidelijk en zichtbaar. 2.. De bodycam maakt constant opnames die telkens na minimaal 30 seconden worden overschreden (pre-recording). Dit betekent dat als de opname gestart wordt, de voorgaande 30 seconden ook opgenomen zijn. 3.. De boa of toezichthouder drukt op de startknop wanneer: dit nodig is voor de eigen veiligheid of veiligheid van collega’s; de situatie dreigt te escaleren. 4.. Bij opname van betrokkenen wordt vooraf altijd gemeld (met luide stem) door de boa of toezichthouder dat er opnamen gemaakt gaan worden. Als de opname door de situatie niet direct kan worden gemeld, dan wordt achteraf aan betrokkenen gemeld dat er opnames zijn gemaakt. 5.. De boa of toezichthouder waarschuwt zijn collega’s als er opnames worden gemaakt, waarbij zij (mogelijk) herkenbaar in beeld komen. 6.. De bodycam wordt direct uitgezet, nadat de dreigende situatie voorbij is of geen sprake (meer) is van escalatie.

Rechtspraak bij dit artikel