Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.1

Technische staat objecten

Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Uithoorn 2018 – 2022 - Achtergronden

De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater verkeren in een goede technische staat Een rioolbuis zal na verloop van tijd slijten. Naast slijtage als gevolg van het dagelijks gebruik wordt de werking van de riolering ook beperkt door lekkende buisverbindingen, zettingen in de bodem of aantasting door in het riool aanwezige gassen. Zodra de stabiliteit, waterdichtheid of afstroming van het riool in gevaar is en hiermee de werking van het rioolstelsel wordt bedreigd moet ingegrepen worden. De gemeente inspecteert de riolen met camera's vanuit de leidingen. Vervolgens worden de toestandsaspecten bepaald met het Kwaliteitsmanifest voor de beoordeling van rioolinspecties (zoals vastgelegd in het Rioolbeheerplan 2014-2017). De ernst van de schades wordt volgens het Kwaliteitsmanifest geclassificeerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen waarschuwingsmaatstaven en ingrijpmaatstaven. Het betreft grenstoestanden waarbij nadere onderzoeken respectievelijk ingrepen moeten worden uitgevoerd. Een ingrijp- of waarschuwingsmaatstaf betekent echter niet dat altijd direct maatregelen genomen moeten worden. Visuele inspectie alleen is onvoldoende om tot maatregelen te kunnen besluiten Kwaliteitsnorm Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit, waterdichtheid of afstroming worden binnen twee maanden beoordeeld (maatregeltoets). Noodzakelijke maatregelen worden uiterlijk binnen 3 jaar uitgevoerd, in afstemming met de overige assets in de openbare ruimte. De beheerdata is op orde; de gemeente heeft een goed beeld van de omvang en de kwaliteit van het areaal. De gegevens van de objecten worden centraal binnen de gemeente vastgelegd en bijgehouden in het beheerpakket, voor het verkrijgen van inzicht. Meetmethode Inspecties Meldingen Toetsing en strategie Binnenkomende inspecties worden direct beoordeeld op ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven conform het Kwaliteitsmanifest. Noodzakelijke maatregelen worden direct uitgevoerd of op korte termijn ingepland. Grotere en omvangrijke maatregelen komen op de meerjarenplanning, na afstemming met de overige werkzaamheden in de openbare ruimte (assetmanagement). In de jaarstukken 2016 zijn voor het GRP-5 onder meer de volgende effectindicator benoemd: “het % van het gehele gemeentelijke vrijverval rioleringsstelsel dat is gereinigd, geïnspecteerd en beoordeeld op de technische staat, met als streefwaarde 10%. De achterliggende jaren 2013 tot en met 2015 schommelt de inspectiepercentage rond een waarde van 13%. Voor 2016 is deze indicator echter 5,4%. In 2016 is het regenwaterstelsel van Meerwijk-Oost geïnspecteerd. Na aanbesteding van reiniging en inspectie is de uitvoering in het najaar van 2016 gestart. Het inspecteren van gemeentelijke hemelwaterafvoerleidingen is relatief duurder dan afvoerleidingen voor huishoudelijk afvalwater of een menging van regen- en afvalwater, waardoor er minder meters zijn gemaakt. Voor wat de kwalitatieve toestand van de riolen betreft is de overall-constatering dat het beeld van uit de camera-inspecties voldoende is. De oude gemengde en vuilwaterriolen zijn in beeld. Ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven van schades voor stabiliteit, waterdichtheid en afstroming komen voor. Een belangrijke kanttekening is dat ingrijpmaatstaven niet direct betekenen dat er riool vervangen moet worden, de daadwerkelijke aanpak van de schade is altijd maatwerk en kan bijvoorbeeld een lokale en relatief kleine reparatie van een scheur betreffen. Constatering is dat de gemeente de kwaliteitstoestand van de riolen in beeld heeft; maatregelen zijn benoemd. Kleinere reparaties worden direct uitgevoerd, meer omvangrijk onderhoud en vervangingen komen op het Meerjareninvesteringsprogramma terecht. Belangrijke parameter in een zettingsgevoelig gebied als de gemeente Uithoorn is de ‘verloren berging’. Dit zijn locaties in de riolen die als gevolg van verzakkingen niet meer onder vrij-verval kunnen afstromen naar de riolering. Een separaat onderzoek naar de hoeveelheid verloren berging is niet uitgevoerd. Langsmetingen van de riolen zijn wel standaard bij rioolinspecties en worden bij oplevering beoordeeld; indien nodig worden maatregelen voorgesteld. Bij de buitendienst zijn locaties die gevoelig zijn voor vuilophoping wel bekend (zoals bijvoorbeeld de zinkers). Deze worden frequenter (tot 4x per jaar) gereinigd dan de overige delen van de riolen. Deze aanpak vindt in de regel cyclisch plaats, op basis van het historisch inzicht bij de buitendienst. De komende periode wordt de aanpak opgenomen in een Rioolbeheerplan en hiermee meer planmatig van aard. Bevindingen worden toegevoegd aan het beheersysteem voor meer inzicht en nadere analyses. Stappen zetten naar planmatig en gedifferentieerd rioolbeheer Rioolinspecties vormen een belangrijke bron van kennis over de kwaliteitstoestand van het vrijverval rioolstelsel. De eerste stap die de gemeente hierin reeds gezet heeft, is het inlopen van de achterstand en het ontsluiten van de gegevens via het beheersysteem. Van nagenoeg alle gemengde en DWA riolering is er inmiddels een inspectie aanwezig die niet ouder is dan 10 jaar. De focus wordt nu gelegd op het in beeld brengen van de kwaliteitstoestand van de HWA-riolen. Dit vraagt een intensivering van het inspectie en reinigingsregime. Om bij te blijven, de achterstand geheel in te lopen én alle HWA-riolen in beeld te krijgen dient gedurende de planperiode jaarlijks circa 15% van de riolen geïnspecteerd te worden. De volgende grafiek geeft het inspectievolume van de afgelopen jaren versus de streef- en wenswaarde weer. De volgende stap is het actualiseren van het Rioolbeheerplan om het planmatige beheer vast te leggen. Door vervolgens de ervaringen en constateringen uit de voorgaande inspectie- en reinigingsrondes mee te nemen en te evalueren (bepaalde riolen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor slibophoping dan andere) is het doelmatiger te differentiëren naar leidingfunctie, gebiedstype en jaar van aanleg. Hetzelfde principe geldt voor de inspectie en onderhoud van de gemalen en pompunits. Ook hiervoor wordt een plan opgesteld en is wellicht een efficiencyslag te maken. In de planperiode van het GRP 2018-2022 wordt hier vanuit DUO+ onderzoek naar gedaan en worden verkenningen uitgevoerd. De resultaten van deze inspecties worden verwerkt in het rioolbeheersysteem, waardoor de informatie bereikbaar en bewerkbaar is. In de planperiode stellen we het rioolbeheerplan op voor het gehele areaal (vrijvervalriolen, drukriolen, gemalen en pompunits en kolken). Het rioolbeheerplan bevat de beheervisie en een concretere planning van de maatregelen voor het onderhouden, inspecteren en vervangen van de riolering. Benodigde maatregelen gericht inspecteren van de HWA-riolen, vergroten inspectievolume opstellen Rioolbeheerplan en operationele jaarplannen

Rechtspraak bij dit artikel