De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij regenbuien redelijk goed kan afvoeren naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor. De afstroming dient gewaarborgd te zijn.
Het hemelwater wat op weg- en terreinverhardingen valt zal uiteindelijk via de straat- en trottoirkolken afstromen naar het riool. De kolken zijn in de regel voorzien van een zandvang. Dit is een verdiept gedeelte waar zand en andere bezinkende delen (o.a. bladeren en zwerfvuil) achterblijven. Zo wordt voorkomen dat het riool vervuild raakt.
Om stedelijk afvalwater goed af te kunnen voeren, dient de afstroming ervan in de riolering niet te worden beperkt. De rioleringsobjecten moeten daarvoor niet alleen in een goede technische staat verkeren, maar ook op een juiste wijze zijn vormgegeven en aangelegd. Naast inspectiegegevens over de technische staat geven ook klachten van burgers aanwijzingen over de kwaliteit van afstroming in de riolering.
Kwaliteitsnorm
Straatkolken worden jaarlijks gereinigd.
Plasvorming mag bij maximaal 5% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte straatkolken zijn binnen een week verholpen.
Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel.
Bij klachten van burgers over afstroming wordt uiterlijk binnen twee dagen actie ondernomen.
Meetmethode
Waarnemingen
Meldingen
Toetsing en strategie
Kolken worden minimaal eenmaal per jaar gereinigd. De doorgaande wegen worden regelmatig (circa 8x per jaar) geveegd. Door het structureel reinigen van riolen, kolken en wegen, zorgt de gemeente er voor dat de afstroming naar de riolen en in de riolen gewaarborgd wordt.
Incidenten worden ad hoc, maar binnen enkele dagen verholpen. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel.
Meldingen en klachten worden door de korte lijnen en de relatief kleine omvang van de gemeente snel en effectief afgehandeld. Bij klachten wordt doorgaans binnen twee werkdagen actie ondernomen. Een beter inzicht in de aard en omvang van de klachten en de vastlegging hiervan kan leiden tot doelgerichtere preventie en communicatie.
Bij Waternet komen ook meldingen binnen inzake (grond)wateroverlast; deze zijn op aanvraag beschikbaar. Het opvragen en analyseren hiervan moet een plek krijgen in de analyse van meldingen bij de gemeente.
Benodigde maatregelen
voorzetten huidige strategie kolkenreinigen en straatvegen
optimalisatie klachten- en meldingenregistratie
Bij normale regenval wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergings-voorzieningen), zonder dat dit leidt tot hinder. Bij extreme situatie mogen 'water op straat' situaties ontstaan.
Als het heel hard regent, lopen de rioolbuizen vol en draaien de gemalen op volle kracht. Waar
nodig lopen de riolen over via de overstorten. Soms blijft er water op straat staan. Bijvoorbeeld als het een korte tijd héél hard regent. De weg vangt dan het extra water tijdelijk op. Daarvoor zijn de wegen in principe ook ontworpen. Zo voorkomen ze dat het water de huizen in loopt. Of dat belangrijke wegen onderlopen en niet meer bruikbaar zijn. Dankzij de overstorten is het water gewoonlijk binnen een uur weer weg. Om overlast en/of schade te voorkomen dient de afvoercapaciteit van het rioolstelsel op orde te zijn.
Door de klimaatverandering zullen zeer zware buien vaker en heftiger optreden. Het traditionele rioolstelsel kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken.
Daarvoor is het oorspronkelijk ook niet ontworpen. Bij grote hoosbuien zal daardoor vaker water op straat blijven staan. Water op straat is hinderlijk maar pas een echt probleem als water gebouwen in stroomt, doorgaande wegen geblokkeerd raken of water uit het riool stroomt. Het bovengronds bergen en afvoeren van hemelwater is soms onvermijdelijk om overlast te voorkomen. Klimaatadaptief handelen door bewust om te gaan met water op straat of water in de openbare ruimte is dus ook een oplossing mits in goede banen geleid.
In het hoofddocument wordt bij ‘water op straat’ onderscheid gemaakt in 3 verschillende gradaties (hinder, ernstige hinder en overlast). De kwaliteitsnormen zijn hier aan gekoppeld.
Kwaliteitsnorm
De afvoercapaciteit van de riolering is voldoende om een korte en heftige bui die 1 keer per 2 jaar valt te verwerken (een theoretische bui van 20 mm in één uur), zonder dat er ‘hinder’ (zie hoofddocument) op treedt.
Bij buitengewone omstandigheden vind waterberging plaats buiten de riolering op daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is zodanig ingericht dat bij buitengewone omstandigheden (eens per 100 jaar) geen ‘overlast’ (zie hoofddocument) ontstaat.
Meetmethode
Hydraulische berekeningen
Toetsing
Hydraulisch gezien voldeden de rioolstelsels vanuit het BRP 2004 aan de destijds gestelde maatstaf van het kunnen verwerken van een bui van 20mm in één uur (kan van optreden 1x eens per 2 jaar). Hydraulisch gezien voldeden de rioolstelsels vanuit die toetsing niet volledig aan de maatstaf van 1x per 2 jaar water-op-straat. Enkele maatregelen ter verbetering van de afvoercapaciteit zijn voorgesteld en doorgevoerd.
Met dit GRP zijn de maatstaven herijkt; parallel aan de totstandkoming van dit GRP-6 is het Basisrioleringsplan geactualiseerd. Hiervoor zijn de meeste van de vrijverval stelsels getoetst aan de gewijzigde kwaliteitsnormen. De recent aangelegde gescheiden rioleringssystemen zijn hierin buiten beschouwing gebleven. Het doel van het BRP is het verkrijgen van inzicht in:
de inzameling en transport van het afvalwater (toetsing gemaalcapaciteiten)
het hydraulisch functioneren (afvoercapaciteit riolen en oppervlaktewater, water-op- straat, afvoer en verwerking bovengronds)
de vuilemissie vanuit de rioolstelsels naar het oppervlaktewater
de benodigde maatregelen om het functioneren te verbeteren.
Verbeteringen van de situatie omtrent wateroverlast worden meer gezocht in de inrichting van het maaiveld en verbetering van het watersysteem, in overleg met Waternet. Ten tijde van het schrijven van onderhavig GRp (mei 2018) zijn er nog geen toetsingsresultaten beschikbaar Concrete verbeteringsmaatregelen zijn nog niet voorhanden.
Door de klimaatverandering neemt de kans op piekbuien (heftige neerslag in een korte tijd) en de neerslagintensiteit ervan toe. Een verkenning inzake de gevoeligheid voor wateroverlast binnen de gemeente vanuit de BOWA is eind 2017 uitgevoerd, de resultaten zijn benaderbaar op www.agv.klimaatatlas.nl. Naar verwachting kan dit gezien worden als de invulling van de klimaatstresstest vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Voor het opstellen van daadwerkelijke maatregelen op straatniveau, om de buitenruimte klimaatbestendig en waterrobuust te maken, is de verkenning te globaal. De komende periode wordt het detailinzicht met de eventuele maatregelen verkregen in het traject van het Basisrioleringsplan 2018.
Benodigde maatregelen:
verdere uitwerking van de verbetervoorstellen vanuit het BasisRioleringsPlan in de planperiode
bij projecten onderzoek naar de mogelijkheden voor verwerking van overtollig hemelwater met aandacht voor de klimaatbestendigheid
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.5
Artikel 6.5.2
Verwerking en afvoercapaciteit
Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Uithoorn 2018 – 2022 - Achtergronden