Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.1

Ambitie

Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Uithoorn 2018-2022 - Hoofddocument

De gemeente laat zich niet verrassen door de klimaatverandering en is op de toekomst voorbereid met een klimaatrobuust systeem. Door een slimmere inrichting van de buitenruimte is de kans op hinder en overlast door regenwater verkleind. De buitenruimte is klimaatbewust ontworpen. Water wordt niet langer per definitie ondergronds opgevangen en afgevoerd, maar tijdelijke buffering op het maaiveld (in het groen, in de parkeervakken, op straat) is voor de gemeente een goed alternatief. De definitie voor ‘(regen)wateroverlastlocatie’ wordt herzien. Dit herdefiniëring houdt in dat bij ‘water op straat’ onderscheid gemaakt wordt in 3 verschillende gradaties: Hinder: kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 0 –30 minuten; Ernstige hinder: forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksel, met een duur in de orde van 30 – 120 minuten.; Overlast: langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels en woningen (boven het vloerpeil van de begane grond) met materiele schade en mogelijk ook ernstige belemmering van en gevaar voor het (economische) verkeer. De bovenstaande definiëring geldt niet voor gebieden die als calamiteitenberging aangewezen zijn. De maatstaven voor bestaand gebied hierbij zijn dat: De afvoercapaciteit van de riolering voldoende dient te zijn om een korte en heftige bui die 1 keer per 2 jaar valt te verwerken (een theoretische bui van 20 mm in één uur), zonder dat er hinder op treedt. Uiterlijk in 2050 de verwerkingscapaciteit van de openbare ruimte voldoende dient te zijn om een korte heftige bui die 1 keer per 100 jaar valt te verwerken (theoretische buien van 75 mm in één uur en 90 mm in twee uur*), zonder dat er overlast op treedt. Bij ernstige hinder heeft de gemeente een onderzoeksinspanning. Op basis van historische meetgegevens is door het KNMI een statistiek voor de neerslag opgesteld (februari 2018). Op basis van deze statistiek valt er 1 keer per 100 jaar een theoretische bui van 58 mm of meer in één uur en 68 mm of meer in twee uur. Rekening houdend met klimaatverandering en onzekerheden in deze statistiek gaat de gemeente voor de komende decennia uit van 25% zwaardere extreme buien. Op basis hiervan zijn de waarden van 75 mm in één uur en 90 mm in twee uur bepaald. Deze inschatting kan worden aangepast op nieuwe inzichten (bv. vanuit het KNMI of het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie). Hierbij maakt de gemeente onderscheid in de classificatie van de wegen (doorgaande routes, belangrijke ontsluitingen), in samenspraak met de assetmanager wegen, om de ernst van de belemmering nader te specificeren. rioolwater is niet schoon, maar met huishoudelijk afvalwater vermengd met regenwater. Deze eis geldt met name voor de gemengde stelsels. Bij andere stelseltypes gaat de gemeente met deze eis coulant om. Bij nieuwe aanleg en reconstructies van de openbare ruimte wordt deze zodanig ingericht dat bij extreme neerslag (eens per 100 jaar, zie voorgaande noot *) de gradatie ‘ernstige hinder’ niet wordt overschreden. Deze maatstaf geldt ook voor de particuliere terreinen en voor de in- of uitbreiding als geheel. De gemeente wil het hemel- en grondwater zo weinig mogelijk te vermengen met afvalwater. De huidige praktijk van afkoppelen wordt doorgezet in de planperiode van het GRP 2018-2022. Dit betekent dat per project de keuze voor wel of niet afkoppelen op doelmatigheid en kosteneffectiviteit wordt getoetst en verhard oppervlak bij een positief toetsresultaat wordt afgekoppeld. Het afkoppelen wordt gecombineerd met de vervanging van de vrijvervalriolering, de herinrichting van de openbare ruimte of werkzaamheden van derden. Voor het afkoppelen van verhard oppervlak van woningen wordt de samenwerking gezocht met grotere vastgoedeigenaren, zoals Woningstichting Eigen Haard. De gemeente neemt alleen maatregelen tegen regenwateroverlast (voor het behalen van bovenstaande maatstaven) en het scheiden van waterstromen (afkoppelen) indien zij dit voldoende doelmatig acht. De afwegingen en eventuele maatregelen zijn altijd locatieafhankelijk en maatwerk. Om de doelmatigheid van regenwatermaatregelen te beoordelen, stelt de gemeente een advies op vanuit de volgende beleidsregels: Er is een probleem: op basis van een gemeentelijke analyse wordt verwacht dat er op één of meerdere locaties niet wordt voldaan aan voornoemde ambities met betrekking tot ‘geen hinder’, ‘hinder’, ‘ernstige hinder’ en/of ‘overlast’. De maatregel heeft nut: de maatregel heeft naar verwachting een gunstig effect op het behalen van bovenstaande ambities zonder nieuwe hinder of overlast te veroorzaken op andere locaties en zonder de kwetsbaarheid van het watersysteem te vergroten. De maatregel is kosteneffectief: de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten (individuele) kosten voor schades. De maatregel is inpasbaar: de maatregel leidt niet tot onevenredig grote belemmeringen voor het behalen van andere gemeentelijke ambities, waaronder de (voor het gebied of locatie) gewenste uitstraling, verkeersveiligheid of energieverbruik. Vanwege de specifieke (geo)hydrologische situatie is er op voorhand geen getalsmatige invulling aan bovenstaande beleidsregels te geven. De hemelwaterzorgplicht heeft een raakvlak met het beperken van de overstromingsrisico’s vanuit oppervlaktewater door bijvoorbeeld het extra bergen van water in stedelijk gebied. De borging van deze overstromingsrisico’s vanuit de grote primaire watergangen vindt echter plaats in de veiligheidsregio. De gemeente streeft een adequaat preventief beheer en onderhoud van de hemel- watervoorzieningen na. De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor inwoners en bedrijven voor klachten en vragen die zijn gerelateerd aan de inzameling en afvoer van hemelwater. Ten aanzien van inzameling en transport van hemelwater heeft de gemeente enerzijds een regiefunctie en, anderzijds, afhankelijk van de situatie een uitvoerende functie. De gemeente wil de verantwoordelijkheden en verplichtingen van particulieren en ontwikkelaars vastleggen. De wetgever biedt hierin de mogelijkheid. De gemeente streeft ernaar dit duidelijk vast te hebben gelegd in een Taakopvatting Hemelwater of Hemelwaterverordening, en de handhaving hierop, in samenspraak met het waterschap en de Omgevingsdienst, hoger op de agenda zetten. De gemeente zet in op bewustwording bij particulieren over hun rol in het beperken van de gevolgen van extreme regenval en het voorkomen van wateroverlast. Dit betekent onder andere het informeren van particulieren over de nut en noodzaak van het terugdringen van particulier verhard oppervlak. De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater voor zover dit duurzaam en doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht. Dit is afhankelijk van: het soort gebied (stedelijk versus landelijk); de bestaande situatie (bestaande wijken versus in-/uitbreidingen en herinrichtingen) de mogelijkheden voor het reduceren van verhard oppervlak bij bewoners (door vermindering van betegelde en bestrate tuinen); de grootte van de percelen; de mogelijkheden voor infiltratie (bodemgesteldheid en grondwaterstand); de mogelijkheden voor afvoer naar oppervlaktewater; het stelseltype van de bestaande riolering (vuilwater-, gemengde of gescheiden riolering); de termijn waarbinnen de afvoersituatie kan worden aangepast; de kwaliteit van het afvloeiende hemelwater (is het schoon?).

Rechtspraak bij dit artikel