**1..** De ombudsman heeft aanspraak op bezoldiging met ingang van de datum waarop de benoeming ingaat.
**2..** De bezoldiging wordt in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld.
**3..** De hoogte van de bezoldiging van de ombudsman is vastgesteld op salarisschaal 17, als genoemd in Bijlage salaristabellen als bedoeld in artikel 3.3., derde lid, van de PGA, op basis van een 36-urige werkweek. Bij benoeming wordt de indeling binnen de salarisschaal door de raad van de gemeente Amsterdam nader vastgesteld.
**4..** De ombudsman gaat jaarlijks naar de eerstvolgende periodiek in zijn salarisschaal tot het maximumbedrag van de salarisschaal is bereikt.
**5..** De raad van de gemeente Amsterdam kan bij de beslissing waarbij de ombudsman op non-activiteit wordt gesteld, bepalen dat tijdens de duur van de non-activiteit geen bezoldiging of slechts een gedeelte van de bezoldiging wordt genoten, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden genoten.
**6..** Indien de non-activiteit anders dan door ontslag is geëindigd, kan de raad van de gemeente Amsterdam beslissen, dat de niet genoten bezoldiging alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden uitbetaald.
**7..** De aanspraak op de bezoldiging eindigt met ingang van de dag:
van ontslag;
van opheffing van het ambt van ombudsman;
volgende op die waarop de termijn van benoeming is verstreken;
volgende op die waarop de ombudsman is overleden.
**8..** De ombudsman heeft aanspraak op een individueel keuzebudget overeenkomstig artikel 4.2 van de PGA, en op de individuele keuzemogelijkheid bedoeld in artikel 4.7 van de PGA.
Artikel 3
Bezoldiging, individueel keuzebudget en overige individuele keuzemogelijkheden
Onderdeel van Rechtspositieregeling Gezamenlijke Ombudsman Metropool Amsterdam 2022