Onder een “vaartuig” wordt verstaan elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen, of voor het dra-gen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, zomede elk drijvend lichaam ten dienste van de exploratie of exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen in de waterbodem.
(Volgens Nationale Havenraad: elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water of voor het dragen van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmaken).
De omschrijving zoals die nu in artikel 2 staat vermeld is voldoende en dekt de typen vaartuigen die worden bedoeld om voor liggeld in aanmerking te komen.
Met “veerdam” wordt bedoeld de veerdam in Nes en de zogenoemde losstoep in de Ballumerbocht te Ballum.
Met “ligplaats” wordt bedoeld de veerdam.
De “afmeerplaats” is dezelfde plaats als genoemd bij “ligplaats”. Met “tijdelijk” wordt hier bedoeld om bijvoorbeeld te kunnen laden en lossen. Dit kan gedurende het hele jaar zijn.
De vierkante meters wordt bepaald door de langste lengte te nemen en waar het schip het breedst is.
De ligplaatsperiode betreft 7 maanden.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIGGELD GEMEENTE A M E L A N D 2 0 2 2