2.3.1 Cliëntondersteuning
Vooraf aan de intake wordt de cliënt gewezen op de mogelijkheid om gratis gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Een cliëntondersteuner kan de cliënt tijdens het onderzoek helpen zijn hulpvraag te verwoorden en keuzes te maken. De gemeente heeft afspraken gemaakt voor het bieden van cliëntondersteuning met MEE Friesland en Zorgbelang Fryslân. De cliënt kan daar kosteloos gebruik van maken. De cliënt kan er ook voor kiezen zijn cliëntondersteuning zelf te organiseren. De kosten komen dan voor rekening van de cliënt zelf.
2.3.2 Persoonlijk plan
Voorafgaand aan het gesprek biedt de gebiedsteammedewerker de inwoner de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen waarin de inwoner zelf zijn situatie beschrijft op de onderdelen a t/m g (paragraaf 2.4) en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest passend is.
Het persoonlijk plan dient binnen zeven dagen na de melding te worden ingediend én voordat een aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening tot stand is gekomen. Aan het persoonlijk plan kunnen geen rechten, voor de toekenning van de aanvraag, worden ontleend.
2.4 Intake en onderzoek
Een melding van behoefte aan ondersteuning wordt nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige persoonlijk plan van de inwoner, één of meer gesprekken met de inwoner en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige. Er wordt onderzocht of de inwoner ondersteuning nodig heeft en welke vorm van ondersteuning dan het meest passend is.
In het onderzoek komen onderstaande punten aan bod:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gebiedsteammedewerker. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op welke onderdelen worden onderzocht en welke afwegingen daarbij van belang zijn.
Om tot een goede beoordeling te komen kan de gebiedsteammedewerker extern advies vragen bij een (medische) adviesinstantie. Daarnaast mag, uitsluitend met toestemming van de inwoner, het college gegevens opvragen bij externen, zoals een huisarts, als dat relevant is voor het onderzoek. Daarbij dient in de toestemmingsverklaring opgenomen te worden wie de gegevens opvraagt, bij wie de gegevens worden opgevraagd, om welke gegevens het gaat en met welk doel. Ter bevordering van de snelheid in het opvragen van deze gegevens, kan de inwoner zelf de gewenste gegevens opvragen, met de vermelding welk belang hij heeft bij deze gegevens.
Verificatieplicht
Wanneer er naar aanleiding van een melding voor de eerste keer contact is met een cliënt, dan moet het Burgerservicenummer (BSN) worden vastgesteld. Dit wordt ook wel de verificatieplicht genoemd.
Identificatieplicht
Elke keer dat er een nieuw onderzoek wordt gestart in het kader van de Wmo 2015 moet de identiteit van de cliënt (opnieuw) worden vastgesteld middels een geldig identiteitsbewijs. Dit wordt ook wel de identificatieplicht genoemd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Cliëntondersteuning en persoonlijk plan
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 gemeente Waadhoeke