Het uitgangspunt bij de voorziening ‘Schoonmaakondersteuning’ is dat de huishoudelijke taken (gedeeltelijk) worden overgenomen als het gaat om één of meer van de volgende resultaten:
Een schoon en leefbaar huis;
Wasverzorging;
Boodschappen;
Maaltijden.
Welke resultaten behaald moeten worden en welke taken overgenomen moeten worden is afhankelijk van de situatie. Hieronder volgt een nadere uitleg van de resultaten waarbij ‘Schoonmaakondersteuning’ kan worden ingezet.
4.4.1 Schoon en leefbaar huis
Algemene afwegingen
Wanneer een cliënt vanwege zijn beperkingen niet in staat is om een gestructureerd huishouden te voeren, dan kan huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening worden verstrekt. Vooraf aan de inzet van hulp in het huishouden wordt altijd onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de cliënt en zijn netwerk. Wellicht kunnen sommige huishoudelijke activiteiten nog door de cliënt zelf worden uitgevoerd. Daarnaast wordt van de cliënt verlangd dat hij mee werkt in het oplossen van zijn problemen en beperkingen door bijvoorbeeld de woning anders in te richten of de huishoudelijke werkzaamheden anders te plannen. Te denken valt aan het zo veel als mogelijk voorbereiden van de was, het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning en het gebruiken van huishoudelijke apparaten zoals een wasmachine, droger of vaatwasser. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om herstel van de situatie te bevorderen.
Uit deze eigen verantwoordelijkheid vloeit ook voort dat, in het algemeen, het type en de grootte van de woning niet van invloed zijn op de hoeveelheid te verstrekken ondersteuning. Dit zijn keuzes waarop de cliënt zelf invloed kan uitoefenen en keuzes in kan maken. Dit geldt eveneens voor (het verzorgen van of aanvullende benodigde huishoudelijke taken door) huisdieren (niet zijnde hulphonden/dieren). Het zoeken van oplossingen hiervoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.
Resultaat
Als is vastgesteld dat huishoudelijke ondersteuning nodig is, dan wordt dat ingezet met oog op het bereiken van het resultaat: een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Dit betekent dat de cliënt gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, een slaapruimte (die door de cliënt in gebruik is), de keuken, de sanitaire ruimtes en de gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van de huishoudelijke ondersteuning.
De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. De standaarduren (voor een ‘Schoon en leefbaar huis’) richten zich op het uitvoeren van het lichte en zware schoonmaakwerk. Denk aan het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen, vloeren en sanitair en bedden verschonen. Indien de cliënt regie kan voeren over zijn huishouden, mag van hem/haar worden verwacht dat de benodigde werkzaamheden worden geprioriteerd en er keuzes worden gemaakt.
Aanvullende uren ‘Schoon en leefbaar huis’
Beïnvloedende factoren voor meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning
De volgende factoren kunnen maken dat er meer of minder ondersteuningstijd nodig is dan de opgenomen standaarduren:
Kenmerken cliënt
Mogelijkheden cliënt zelf: de fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.
Beperkingen en belemmeringen van de cliënt, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme, etc. Dit kan op twee manieren uitwerken:
Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld chemokuur of Norovirus).
Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.
Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is, omdat een deel van de activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
Kenmerken huishouden
Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per sé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp).
De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Dit staat nader beschreven in hoofdstuk 3 onder de paragraaf ‘gebruikelijke hulp’. Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. De samenstelling van het huishouden kan dus op meerdere manieren invloed hebben op de uren ondersteuning.
Huisdieren: door de aanwezigheid van één of meer huisdieren in het huishouden, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet. Een huisdier heeft voor de cliënt vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. In deze situaties vindt overleg plaats met de cliënt over het aantal huisdieren of de aard van de huisdieren, wat de verantwoordelijkheid hierin is van de cliënt en welke gevolgen dit heeft voor de omvang van de huishoudelijke ondersteuning. Het uitgangspunt is dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de inwoner behoort.
Kenmerken woning
Inrichting van de woning: de cliënt kan extra inzet wensen bijvoorbeeld door de aanwezigheid van extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken. Het gaat met name om de extreme situaties, waarin de inrichting van het huis vraagt om een aanzienlijke extra ondersteuning. In die situaties wordt in overleg met de cliënt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om de beperkingen op te lossen of te verminderen. In de praktijk zal inrichting van de woning niet leiden tot extra inzet van ondersteuning.
Bewerkelijkheid van de woning: er kan extra inzet van ondersteuning nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld door de ouderdom van het huis, de staat van het onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoeken. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om de invloed van die factoren weg te nemen of te verminderen.
Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet per sé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld te stofzuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken, omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd en dus extra inzet van ondersteuning.
De aanwezigheid van één of meerdere factoren leidt niet automatisch tot meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning. In sommige situaties is het aan de cliënt zelf om te voorzien in een (gedeeltelijke) oplossing. Voorop staat een zorgvuldige afweging, zowel van de verantwoordelijkheid van de cliënt als die van de gemeente, en daaropvolgend een beoordeling of de standaarduren adequaat zijn voor het bereiken van de beoogde resultaten.
4.4.2 Wasverzorging
Ondersteuning ten behoeve van het resultaat ‘Wasverzorging’ wordt geboden met als doel: beschikking hebben over schoon linnen- en beddengoed en/of over schone kleding. De verzorging van de was omvat het machinaal wassen, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed. Er mag worden verwacht dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het realiseren van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. Kreukvrije kleding is algemeen gebruikelijk. Strijken wordt alleen vanuit de maatwerkvoorziening ingezet voor bovenkleding en indien hiertoe een noodzaak bestaat. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat hij redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om het ontstaan van extra zware was te beperken. Bijvoorbeeld door het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten.
Tijdens het gesprek met de inwoner worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Er wordt binnen dit resultaatgebied gekeken naar wat de persoon zelf nog kan en in welke mate het sociaal netwerk ondersteuning kan bieden. Daarbij kan gedacht worden aan de vraag of de persoon met behulp van de mensen om hem heen kan zorgen voor schone en draagbare kleding. Is er bijvoorbeeld een familielid of zijn buren bereid de was wekelijks te doen? Zijn er algemene of voorliggende voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Als er bijvoorbeeld een was- en strijkdienst beschikbaar is waarmee de persoon het gewenste resultaat kan behalen, hoeft de gemeente hierin niet te ondersteunen. Als sprake is van een gezonde huisgenoot valt het resultaat ‘Wasverzorging’ vrijwel altijd onder de reikwijdte van gebruikelijke hulp en biedt de gemeente geen ondersteuning.
4.4.3 Boodschappen
Onder het resultaat ‘Boodschappen’ wordt verstaan het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en het opruimen van de boodschappen. Het uitgangspunt voor het behalen van dit resultaat is dat het met één keer per week moet lukken. Er wordt altijd in overleg met de cliënt besproken of het netwerk hierin kan voorzien. Zijn er bijvoorbeeld familieleden die in de buurt wonen of buren die dit één keer in de week kunnen doen? Daarnaast wordt onderzocht of een boodschappendienst een oplossing biedt. Een boodschappendienst is algemeen gebruikelijk en het uitgangspunt is dat deze voorliggend is op een maatwerkvoorziening. Wanneer de inwoner aangeeft dat in zijn situatie de boodschappendienst geen uitkomst is, is het van belang om dat te onderzoeken. Is er bijvoorbeeld een boodschappendienst in de buurt die bij de inwoner thuis kan leveren? Als de inwoner moeite heeft met het (online) bestellen van boodschappen, dan kan het netwerk daar wellicht bij helpen. Als de boodschappendienst bereikbaar en betaalbaar is, is deze algemeen gebruikelijk.
In het geval er geen bereikbare of betaalbare boodschappendienst bereikbaar is, dan kan er ondersteuning bij de boodschappen worden verstrekt in de vorm van een maatwerkvoorziening. Hierbij wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de cliënt (bv. voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen. Indien het cliëntsysteem bestaat uit meer dan 4 personen of wanneer er kinderen aanwezig zijn van jonger dan 12 jaar, dan kan er twee keer per week boodschappen worden geïndiceerd.
4.4.4 Maaltijden
Onder het resultaat ‘Maaltijden’ wordt verstaan: het verzorgen van de broodmaaltijd, eten en drinken klaarzetten en de warme maaltijd opwarmen. Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig één keer per dag de broodmaaltijd wordt bereid en klaargezet en één keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. Ook valt het afruimen van de tafel, het in en uitruimen van de vaatwasser en het (hand)afwassen hieronder.
In het normenkader is de gemiddelde ondersteuningstijd beschreven waarmee dit resultaat kan worden behaald. Er is altijd ruimte voor maatwerk. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering.
Tijdens het gesprek met de cliënt worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Is er een huisgenoot aanwezig die in staat is de maaltijd klaar te zetten of op te warmen? Dan hoeft de gemeente op grond van gebruikelijke hulp geen ondersteuning te bieden. Kan de cliënt op eigen kracht of met hulp van de mensen om hem heen een maaltijd verzorgen? Is bijvoorbeeld iemand uit het netwerk in staat een maaltijd klaar te zetten of op te warmen? Ook wordt er in het onderzoek gekeken of voorliggende voorzieningen zoals kant en klaar maaltijden van de supermarkt, mee-eten bij een verzorgingshuis, maaltijdbezorging aan huis of andere opties een oplossing bieden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Schoonmaakondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 gemeente Waadhoeke