Om opwarming van de aarde en klimaatveranderingen tegen te gaan is wereldwijd afgesproken om het energieverbruik te verminderen en over te stappen op het gebruik van duurzame en hernieuwbare energiebronnen: de Energietransitie. Eén van de uitdagingen binnen die transitie is het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Alle gebouwen in Nederland moeten uiteindelijk verwarmd worden zonder aardgas of andere fossiele brandstoffen. Dat heet de Warmtetransitie.
In Nederland zijn de wereldwijde afspraken vertaald en vastgelegd in het Klimaatakkoord met als ambitie: een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Het klimaatakkoord bestaat uit vijf tafels: elektriciteit, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik en gebouwde omgeving. Gemeenten zijn de regisseur van de tafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’ (aardgasvrij maken, isoleren en aansluiten op een duurzame warmtebron).
Aan de gemeenten de taak om een visie op te stellen om hun woningvoorraad te verduurzamen; de Transitievisie Warmte. Alle gemeenten leggen eind 2021 een Transitievisie Warmte voor aan het Rijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) analyseert deze visies. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de haalbaarheid van de warmtetransitie door alle visies ‘bij elkaar op te tellen’[1]. De visies worden iedere 5 jaar geactualiseerd.
[1] Het inzetten van bepaalde duurzame warmtebronnen wordt onderbouwd en vastgelegd in de Transitievisie Warmte. Van sommige warmtebronnen weten we al dat deze beperkt beschikbaar zijn in de toekomst. In Nederland kan bijvoorbeeld maar een beperkte hoeveelheid groen gas geproduceerd worden. Uit het ‘optellen van de visies’ moet blijken of de geplande duurzame warmte uit groen gas niet de beschikbaarheid overschrijdt.
Artikel 1.1.
Klimaatakkoord
Onderdeel van Transitievisie Warmte gemeente Bergeijk - Op weg naar een Bergeijk zonder aardgas