Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1.

Hoofdstrategie: klaar-voor-aardgasvrij tot 2030

Onderdeel van Transitievisie Warmte gemeente Bergeijk - Op weg naar een Bergeijk zonder aardgas

CO2-uitstoot reduceren is, in ieder geval tot 2030, belangrijker dan aardgasvrij worden. Tot 2030 zetten we daarom in op het klaar-voor-aardgasvrij (ook wel aardgasvrij-gereed of aardgasvrij-ready genoemd) maken van woningen en gebouwen in Bergeijk. Dat betekent dat woningen en gebouwen nog wel gebruik maken van aardgas maar dat deze met duurzame maatregelen gereed worden gemaakt om in de toekomst (met een relatief kleine stap) van het aardgas af te gaan. De stap naar loskoppelen van aardgas wordt hiermee kleiner gemaakt maar de eigenaar heeft wel al profijt van de aanpassingen. Denk hierbij aan de volgende maatregelen om gebouwen te verbeteren en het wooncomfort te vergroten; Ventilatie: zoals balansventilatie met warmte-terug-win-unit; Isolatie: zoals vloerisolatie, muurisolatie, dakisolatie, HR++ glas, geïsoleerde buitendeuren, tochtafdichting, etc.; Technieken: zoals zonnepanelen (PV-panelen) voor het opwekken van elektriciteit, zonneboilers voor het opwekken van warmte (of een combinatie van zonneboiler en PV-panelen zoals PVT-panelen), elektrisch of inductie koken, infraroodpanelen, lagetemperatuurafgiftesystemen zoals LT-radiatoren, vloer- en muurverwarming, warmte-terug-win-technieken zoals wtw-douche (maar ook de eerder genoemde wtw-ventilatie); Kleinschalige opslag van energie: zowel elektrisch (batterijen) als warmte of koude opslag. Extra nadruk ligt hierbij op goed ventileren en isoleren. Isoleren is een no-regret-maatregel (geen-spijt-maatregel). Wie zijn woning isoleert krijgt daar geen spijt van. Immers voor iedere duurzame warmtetechniek is goede isolatie noodzakelijk. Daarnaast is door goede isolatie niet alleen minder warmte nodig in de koude maanden maar ook minder koude (zoals airconditioning) in de warme maanden. Een goed ventilatiesysteem is daarvoor wel vereist. Deze maatregelen zijn een investering in de verbetering (comfort, waarde) van de woning. Deze strategie kan en wordt gemeentebreed uitgerold. De wijkgerichte aanpak is niet noodzakelijk en wordt daarom grotendeels losgelaten. Deze strategie betekent in de praktijk voor inwoners dat zij stap-voor-stap hun woning kunnen gaan verbeteren en verduurzamen. De bovengenoemde maatregelen hoeven namelijk niet allemaal tegelijk genomen te worden. Zij die de middelen en motivatie hebben om hun woning grootschalig aan te pakken zijn uiteraard vrij om dat te doen. Belangrijk hierbij is dat woning- en gebouweigenaren inzicht hebben in de stappen die mogelijk zijn voor hun woning of gebouw en de kosten. De gemeente neemt een ondersteunende rol aan in deze strategie. We ondersteunen inwoners met informatie over hoe zij hun woning kunnen verduurzamen (welke stappen zijn kunnen zetten, wat de kosten zijn) en ondersteunen daarnaast financieel met subsidie(s). Met de uitkomsten van deze Transitievisie Warmte wordt de subsidieregeling duurzame energie van de gemeente Bergeijk (zie ook Bijlage III) aangepast om inwoners nog beter te ondersteunen en stimuleren. Hierbij wordt ingezet op het subsidiëren van isolatie, HR++ glas en zonneboilers. Op termijn kan hier kleinschalige opslag van energie (elektriciteit, warmte of koude), duurzame ventilatiesystemen, lagetemperatuurafgiftesystemen, elektrisch- of inductie-koken en energieadviezen aan toegevoegd worden. Er wordt niet meer ingezet op het subsidiëren van zonnepanelen (PV-panelen) omdat deze techniek voldoende gestimuleerd is waardoor deze ook zonder subsidie door voldoende inwoners aangeschaft wordt. Ook andere financiële (hulp)middelen (zoals bijvoorbeeld duurzame lening) worden onderzocht op effectiviteit en haalbaarheid. Voor het faciliteren van inwoners met informatie maken we gebruik van onze partner KempenEnergie.

Rechtspraak bij dit artikel