Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer er sprake is van ‘co-ouderschap’, waarbij beide ouders elk voor een per individueel geval bepaald deel van de week het ouderlijk gezag over de kinderen tot 18 jaar uitoefenen, wordt de vermogensvrijlating als bedoeld in artikel 5.1 van deze beleidsregels toegerekend aan de ouder bij wie het kind / de kinderen volgens de Gemeentelijke Basisadministratie is / zijn ingeschreven; 2.. Voor wat betreft het vaststellen van de vermogensvrijlating ingeval van co-ouderschap wordt met inachtneming van het gestelde in artikel 34 van de Participatiewet de vermogensvrijlating voor een alleenstaande ouder toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel