In het BBV wordt voor achterstallig onderhoud een uitzondering gemaakt. We spreken van achterstallig onderhoud als het onderhoud niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau.
Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, en daarmee tot hogere herstelkosten. In dat geval is er een zodanig slechte onderhoudstoestand dat de waarde, het gebruik en/of de levensduur van het investeringsgoed wordt aangetast (kapitaalvernietiging).
Wanneer er sprake is van achterstallig onderhoud moet dit zo spoedig mogelijk (maar wel binnen een redelijke termijn) hersteld worden. Dit herstel wordt aangemerkt als een verplichting waarvan de omvang, door middel van een inventarisatie en een financiële vertaling van het achterstallig onderhoud, redelijkerwijs in te schatten is. Op basis van artikel 44 lid 1a BBV wordt daartoe een voorziening gevormd. Het achterstallig onderhoud wordt vervolgens ten laste van deze voorziening gebracht.
Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.3
Achterstallig onderhoud
Onderdeel van Nota activabeleid Gemeente Albrandswaard 2021