De volgende voorschriften gelden voor alle standplaatshouders:
De vergunning kan ingetrokken of gewijzigd worden indien er sprake is van één van de gronden uit artikel 1:6 van de APV:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;
indien de houder dit verzoekt.
De verkoopwagen dient na afloop van de verkoopactiviteiten van de standplaatsenstrook te worden verwijderd;
De vergunninghouder neemt de standplaats in door het plaatsen van de verkoopinrichting, maximaal één uur voor de aanvang van het tijdstip waarop met de verkoop mag worden begonnen;
De houder van de vergunning dient er zorg voor te dragen dat de door hem ingenomen standplaats schoon en vrij van alle afval wordt achtergelaten;
Indien het terrein dat als standplaatsstrook is aangewezen, nodig is ten behoeve van een evenement dan is de werking van de standplaatsvergunning van rechtswege, gedurende de periode dat dit voor het evenement noodzakelijk is en voor dat deel van de weg dat ten behoeve van het evenement wordt gebruikt, geschorst. In dat geval kan geen aanspraak op enigerlei schadevergoeding worden gemaakt;
Om overlast te voorkomen is het verboden om met elektrische apparatuur versterkte muziek ten gehore te brengen op of nabij de standplaats;
Voorts dient de vergunninghouder alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om overlast te voorkomen;
Indien de vergunninghouder zijn bedrijfsactiviteiten beëindigd dient hij dit minimaal 8 weken voor daadwerkelijke beëindiging schriftelijk te melden bij de gemeente;
Naast bovengenoemde algemene voorschriften kunnen ook maatwerkvoorschriften worden opgenomen in de standplaatsvergunning.