Het college kent een pgb voor niet-professionele hulp alleen toe:
als wordt gemotiveerd waarom de inzet van niet-professionele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele hulp;
indien de persoon die de niet-professionele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria:
beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden;
beschikt over een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG) (behalve als de zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet);
neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding;
meldt calamiteiten direct aan het Loket Jeugd;
werkt op basis van een plan; en
als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze niet-professionele hulp verleent.
Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 4
Artikel 5.20
Voorwaarden pgb niet-professionele hulp
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Purmerend 2022